Over 'Onklare taal'

'Onklare taal' is de verzamelnaam van diverse tekstprojecten van mijn hand. Dit is de afdeling over literatuur en schrijven zelf. Zoals de titel aangeeft, wordt er vaak in gemopperd over de huidige stand der letteren, of wordt er ongevraagd advies verstrekt dat je normaal associeert met humeurige oude mannen. De weg een beetje kwijt? Deze link brengt je terug naar de homepage van 'Onklare taal'.

maandag 26 juni 2017

Decumuleren doe je zo

Politici lijken eindelijk begrepen te hebben dat het slecht staat om riante vergoedingen te krijgen voor een waslijst aan mandaten en posities, zowel in de publieke als de privésfeer. Dat is een positieve evolutie. Elke partij heeft in deze zaak boter op het hoofd. De hamvraag is echter wat een echte ‘decumul’ moet inhouden. N-VA-voorzitter Bart De Wever stelde voor om vooral de vergoedingen in te perken, niet zozeer de veelheid aan mandaten. Dit is geen goed idee. Het gaat niet ver genoeg.

Het is niet al goud wat blinkt

Volksvertegenwoordigers en bestuurders een goed loon geven vloeit voort uit het idee dat een te laag loon politici gevoeliger zou maken voor omkoping en smeergeld. In die zin is het niet problematisch dat we de mensen die ons land helpen besturen goed betalen. Het spreekt natuurlijk voor zich dat politici te veel betalen ook niet goed is. Hoe kunnen ze anders nog weten hoe de gemiddelde burger leeft, als ze zelf in villa’s wonen en tot een sociale klasse behoren waar geld nooit een probleem is?

Maar het voorstel van Bart De Wever gaat voorbij aan een ander aspect van de cumul: belangenvermenging. Hoe kan een politicus als Koen Kennis (N-VA) objectief een oordeel vellen als er een conflict rijst tussen één van de 40 organisaties waar hij een vinger in de pap heeft? Hoe kon Yvan Mayeur (PS) tegelijk burgemeester zijn van Brussel en beslissen over het beleid over daklozen terwijl hij aan die daklozen zelf duizenden euro’s verdiende?

Meer jobs dan uren in een dag


Natuurlijk betekenen 15 mandaten nog niet dat een politicus elke week met alle 15 bezig is, maar de vraag is wel hoe je volledig mee kan zijn in al van die mandaten op maandelijkse basis. Kan iemand een afgewogen oordeel vellen als die persoon reist van vergadering naar vergadering, telkens in een andere organisatie met een volledig andere eigenheid?

Politici kunnen hierop antwoorden dat er in de zakenwereld ook mensen bestaan die lid zijn van vele raden van bestuur, of diverse verantwoordelijkheden combineren. Zoiets lijkt me echter geen excuus, maar meer iets dat wijst op een breder maatschappelijk probleem. Een decumul is met andere woorden niet enkel nodig in de politiek, maar ook in het zakenleven.

Geen strobreed in de weg

Zelfs als we aannemen dat mensen het fysiek en mentaal aankunnen van pakweg 10 jobs tegelijk te combineren en er telkens met kennis van zaken te kunnen werken, zitten we nog steeds met een probleem. Hoe kunnen we verantwoorden dat één persoon zo veel macht kan concentreren in één paar handen, meestal onverkozen en op een manier die geen verantwoording moet afleggen tegenover de mensen waar hun beslissingen invloed op hebben?

Het kan dus eigenlijk niet dat er een klasse bestaat aan mensen die ongebreideld mandaten en verantwoordelijkheden toegewezen krijgen. De vergoedingen die ze hierbij opstrijken is uiteindelijk van een ondergeschikt belang. Het gaat er meer om hoe ze hele sectoren kunnen controleren zonder dat iemand hen een strobreed in de weg kan leggen, behalve mensen uit hun eigen klasse, van welke politieke of zakelijke signatuur ze ook zijn.

Dangerous liaisons
Er blijven mensen nodig die vooral teren op netwerken, en zowel politieke als zakelijke spelers met elkaar in verband kunnen brengen. Onze maatschappij wordt door dit type mensen mee in stand gehouden – de slimme ambtenaar die weet wat een grote werkgever nodig heeft om meer mensen aan te trekken, of de geniale bedrijfsleider die ervoor kan zorgen dat de politiek weet wat ze moet doen om zijn of haar bloeiende bedrijf werkzekerheid te bieden.

Wat we niet nodig hebben, zijn mensen die talloze mandaten combineren, van alles maar half en half weten hoe het zit, en intussen zichzelf verrijken. Bestuursleden horen niet thuis in vijf raden van bestuur, en politici horen geen lid te zijn van zeven overheidsorganisaties. Een sociaal netwerk creëren kan ook zonder dat er mandaten aan vast hangen.

donderdag 4 mei 2017

De slaap van de leeuw baart monsters

Op heel veel vlakken doen de regeringen van België en Vlaanderen het niet goed. Ze krijgen de begrotingen niet op orde, de kloof tussen arm en rijk blijft gestaag groeien, en hete sociale hangijzers worden benaderd met het tact van een tank en de intelligentie van een neusaap. Dat de meerderheidspartijen desondanks in de peilingen niet gek veel verliezen, is eigenaardig. Want ze breken hun dure eden die ze zworen voor de verkiezingen stuk voor stuk en kiezen keer op keer de kant van wie al veel macht en rijkdom heeft (behalve de vakbonden, die worden mordicus verketterd en gecriminaliseerd).

Verdeeldheid en sensatie

Ik ben geen analist die Westraat-nieuws op de voet volgt, maar ik denk niet dat ik de plank mis sla als een deel van de instandhouding van het rechtse front te wijten is aan (1) de relatieve zwakte van centrumlinks en links en (2) dat veel media zich nog altijd geen raad weten met het sensationele gehalte aan leugenachtigheid die vooral de Vlaams-nationalisten en de liberalen constant met veel lawaai in de massa shotgunnen.

Op links lijkt de verdeeldheid te gaan over of de brulboeien op rechts nu veeleer slim zijn en het spel uitgekookt en cynisch spelen, of dat ze echt menen wat ze zeggen. Het maakt op zich niet zo veel uit. Het zal een mix zijn van beide elementen. Er zullen vast Vlaams-nationalisten zijn die beseffen dat vreemdelingen terugsturen naar het land van herkomst zonder proces of bewijs zagen is aan de poten van de mensenrechten, maar die het idee steunen omdat het scoort bij een opgezweepte achterban van racisten. Eveneens geloof ik dat er echt liberalen zijn die geloven dat we #extranetto overhouden, want in een bubbel waar voor €7,000 bijschnabbelen normaal is, kan je moeilijk een gezonde kijk op geld en fiscaliteit over houden. Maar: het maakt niet uit.

Het is een beproefd recept om aan politiek te doen dat komt uit het draaiboek van de Republikeinen, die in de jaren '70 begonnen met een mix van de 'Southern Strategy' en het opvrijen van conservatieve gelovigen. Alleen was het onkies om openlijk te zeggen dat ze aasden op de racistische stem, dus ging er een laag codetaal overheen, zoals rechten van staten of een nostalgie naar het onbestaande 'white picket fence America'. Zo kwamen naderhand ook racisten en religieuze fanatici in de partij, en 40 jaar later maken ze er de dienst uit. Het initiële verstandshuwelijk tussen de big business en extreem rechts heeft geleid tot een partij waar domheid zegeviert en er met Trump fascisten in het Witte Huis zitten. De N-VA en Open Vld kopiëren al die strategieën, en ook al zitten we een eind verwijderd van een nauwelijks geletterde aanrander te hebben als eerste minister, we moeten oppassen voor wat de toekomst brengt. En met "we" bedoel ik iedereen.

Wat zijn die recepten nu precies en waar liggen de parallellen?

1. "Vijanden zijn overal en enkel wij kunnen die het hoofd bieden"

Republikeinen zetten in op een vaag amalgaam aan sinistere krachten die tegen de "real American" zouden werken, van vermeende communisten tot ijveraars voor een beter leefmilieu, van feministische activisten tot moderne bewegingen als #BlackLivesMatter. Alles wat buiten de enge visie valt van de Republikeinen, is een vijand.

Vlaams rechts criminaliseert migranten, schrijft politieke tegenstanders een boosaardige agenda toe (zie het discours tegenover vakbonden), laakt kritische media als trouweloos en in handen van onbestaande samenzweringen, en vraagt constant aan mensen met een islamitische achtergrond om te legitimeren dat ze te goeder trouw zijn. Het religieuze en anti-homo, anti-vrouw discours hanteren ze niet. Ze zijn wel pro-homo en pro-vrouw als het hen uitkomt om andere groepen mee zwart te maken, terwijl ze er zelf niets voor doen.

2. "Er is niet veel voor nodig of de apocalyps breekt morgen los"

Republikeinen voorspelden de complete apocalyps toen Barack Obama president werd, met apocalyptische beelden van Black Panthers die de straten gingen afschuimen, vuurwapens die geconfisqueerd zouden worden en zowel de sharia als het communisme dat ging ingevoerd worden. Voor de aanhangers van Trump was Hillary Clinton de baarlijke duivel.

Vlaams rechts schreeuwt met overslaande stem over "communisme" zodra er een links voorstel gelanceerd wordt. Migratiegolven zullen volgens hen Europa compleet verwoesten en intussen al "onze" vrouwen verkrachten. Op sociale media staat een legioen 'eitjes' klaar om kritische tegenstemmen direct weg te zetten als agenten van PVDA-PTB en wordt sensationeel nieuws rond moslimextremisten, waar of onwaar, gedeeld met een aan geilheid grenzende gretigheid.

3. "Alles wat fout gaat, is de schuld van onze vijanden"

Het samenzweringsdenken zit diep in een deel van de Amerikaanse psyche. Opnieuw - het maakt niet veel uit of iemand er echt in gelooft of niet, het is een samen beleefd en in stand gehouden ritueel voor Republikeinen en extremisten om wat misloopt onder Republikeins gezag af te schuiven op de Democraten en andere vijanden. Een deel van links is ook niet ongevoelig voor dit soort zwart-wit-denken, maar zij zijn in de Verenigde Staten nog nooit aan de macht geweest.

"Schuld van de sossen" is bijna een grap geworden, maar toch probeert de N-VA het keer op keer, zelfs als het gaat om momenten waar ze zelf deel uitmaakten van de (Vlaamse) regering, of zelfs als de socialisten een kleine coalitiepartner waren. Slechte economische cijfers? Aanslagen. Toenemende armoede? Sociale zekerheid moet verder uitgehold worden. Dit houdt tevens ook verband met het feit dat men in deze regeringen weigert verantwoordelijkheid op te nemen. Jan Jambon, Liesbeth Homans, Theo Francken en Joke Schauvliege zijn allemaal al betrapt op flagrante leugens, maar ze bleven stevig in het zadel zitten. Ook Siegfried Bracke, die een own goal scoorde met zijn kritiek op graaiende politici, is nog steeds Kamervoorzitter.

4. "Wie kritiek uit, is een vijand"

Onder aanvoering van de mediamachine Fox News en een legioen extremistische 'talk radio'-hosts wordt kritiek uiten op conservatieve standpunten direct geïnterpreteerd als een oorlogsverklaring, of valt die enkel te bezien vanuit een haat voor Amerika, waar 'Amerika' vereenzelvigd wordt met de enge, witte en diepgelovige waarden van een minderheid. Niet voor niets schreeuwden Trumps aanhangers "Lock her up" over Hillary Clinton, en niet voor niets vallen Republikeinen constant bastions van kritisch denken als universiteiten aan als "indoctrinated by liberals". Dit heeft na een tijd geleid tot een chilling effect, waarbij eens evenwichtige kanalen als CNN en de New York Times zijn vervallen in een "enerzijds, anderzijds"-discours, waarbij het "anderzijds" vertegenwoordigd wordt door nazi's, theocraten, libertaire extremisten en mensen met het intellectuele gewicht van een ganzenveer.

In België is het gelukkig helemaal zo ver nog niet. Toch sluipt de kramp er ook langzaam in. De georganiseerde aanval op de kritische CD&V'er Youssef Kobo, nochtans lid van een partij die in de regering zit, was niets meer dan een digitale wraak omdat hij het gewaagd had kritisch te zijn. Bart De Wever brandmerkt kritische journalisten direct met allerlei intentieprocessen, en vakbonden worden zo veel mogelijk geweerd van onderhandelingstafels.

5. "Feiten zijn onbelangrijk"

Voor een beweging die ideologische tegenstanders neerzet als naïeve fantasten, nemen ze zelf maar al te graag een loopje met de waarheid. Donald Trump is de ultieme incarnatie van feitenvrije politiek: een pathologische leugenaar (en niet eens een erg uitgekiende) die volledig teert op het buikgevoel van het moment. Verzonnen aanslagen, gefabriceerde milieurapporten die betaald werden met oliegeld, gefotoshopte grafieken die "bewijzen" dat Obama niets verwezenlijkte, het hoort er allemaal bij. Toen Newt Gingrich beweerde op tv dat misdaad steeg en dat een journalist hem voor de voeten wierp dat dat niet klopte, zei Gingrich staalhard "maar dat is niet wat mensen voelen."

Eerder heb ik het al gehad over de leugens van onze toonaangevende politici. Het Vlaams Belang ontdekte als eerste dat je de waarheid kan weglaten zolang een uitspraak spoort met een subjectief gevoel. Dat politici liegen is natuurlijk niet nieuw, maar de dagen dat we konden lachen met 'Comical Ali' die tijdens de Tweede Golfoorlog beweerde dat Saddam aan het winnen was terwijl de Amerikaanse tanks achter hem door het beeld reden, zijn nu toch een beetje voorbij. Rechts doet niet meer mee aan feiten op vlak van economie, migratie, cultuur en sociale zaken.

6. "Onze ideologie faalt niet, wij kunnen enkel falen in onze orthodoxie"

Sinds de jaren '70 klonk na elk Republikeins verlies de stem om matiging, maar nog veel luider de stem voor nog meer ideologische zuiverheid. Het conservatisme zoals het belichaamd wordt anno 2017 heeft weinig met het gestage, aarzelende conservatisme te maken van Hobbes: het is een samenvloeiing van reactionaire ideologieën die wortelen in de periode van voor Wereldoorlog II. Of het nu Ayn Rand is of de republikeinse Jezus, hun wil geschiedde. En die kan nooit verkeerd zijn, enkel verkeerd geïnterpreteerd worden.

Vooralsnog zie ik in België geen tekenen van deze tendens, allicht ook omdat ze één van de meest extreme punten is uit het Republikeinse draaiboek. Buiten liberalen die proberen het liberalisme allerlei verwezenlijkingen toe te schrijven die het niet heeft - en dat is iets wat wel meer ideologen durven - blijft het op dit punt goddank stil.

Maar wat doen we hier nu aan?


Propaganda en leugens blijven ontmaskeren loont. Standvastig blijven tegenover een ideologische meerderheid die in toenemende mate van de werkelijkheid zelf een slagveld maakt, is eveneens belangrijk. Maar de achterban overtuig je niet met feiten en de leugenaars gaan niet minder liegen als er geen gevolgen blijven kleven aan hun leugens (of toch geen gevolgen die ze zelf moeten dragen).

Er is geen eenvoudig en beproefd recept om op te komen tegen dergelijke politieke strategieën, maar er zijn wel verschillende tactieken die tegelijk kunnen werken. De verdere opkomst van extreem rechts in het Westen is geen historische onvermijdelijkheid. Daarmee bedoel ik niet dat we de nipte overwinning van Alexander Van Der Bellen in Oostenrijk moeten vieren, of blij moeten zijn dat de VVD in Nederland, waar Mark Rutte een knieval maakte voor de PVV-kiezer, de PVV wist te verslaan. Hier zijn enkele ideeën:

1. Oud-links moet een stap opzij zetten

In veel Westerse landen zijn sociaaldemocraten of centrumlinkse politici mee schuldig aan de malaise waar we ons in bevinden, ofwel door te proberen om elementen van rechts te coöpteren, ofwel door zo vergroeid te raken met een onrechtvaardig systeem dat hun geloofwaardigheid beneden alle peil is gezakt. Als die mensen nu kiezen voor hun geweten, proberen ze niet verder hun doodsreutel te rekken en stappen ze uit de politiek of doeken ze hun partijen op. Velen onder hen hebben al genoeg kansen gekregen om het waar te maken.

2. De media moeten hun job blijven doen

De opkomst van platforms als de Correspondent stemmen hoopvol. Ook de VRT blijft als klassiek medium nog altijd vrij goed overeind in haar kritisch pluralisme. En het klopt dat sociale media niet langer kunnen blijven toekijken van de zijlijn hoe ze geïnfecteerd raken met nepnieuws en kritische stemmen er versmacht worden in een vloedgolf van haat en bedreigingen. Media zouden ook niet langer in handen mogen zijn van slechts enkele rijke geldschieters, maar dat is een onderwerp voor een andere dag.

3. We moeten blijven praten

Hiermee bedoel ik niet dat we de gemiddelde racist met fluwelen handschoentjes moeten benaderen, of begrip tonen voor lui die zich voor de kar laten spannen van het rechtse front. Wel dat we van dag tot dag in dialoog moeten proberen gaan over de oorzaken van het waarom en het hoe. Dat we zowel de feiten moeten kennen als de emotie, en dat de emotie over onrechtvaardigheid ook één is die moet gehoord worden. Dat wij niet enkel moeten luisteren naar anonieme Twitter-eitjes, maar zij ook naar ons.

zondag 19 februari 2017

Een open brief aan de boze blanke m/v



Beste boze meneer (of mevrouw),

Regelmatig lees ik in Nederlands- en Engelstalige media dat we meer naar u moeten luisteren. Dat we uw sociale en politieke grieven serieus moeten nemen in plaats van er onmiddellijk één of ander ‘isme’ op te plakken. Ook onder progressieven klinken steevast geluiden dat we moeten verstaan dat er een grote groep mensen is in de samenleving die bang is van globalisering. Wat moeten we aan met buren die een onverstaanbare taal spreken en vreemde gewoontes hebben? Is er nog jobzekerheid als een bedrijf plots kan beslissen om de productie te verkassen naar Bangladesh en de winsten te parkeren op een rekening op de Bahama’s?

Welnu, ik heb begrip voor uw situatie. Ik snap dat het confronterend kan zijn om in een wijk in Brussel plots constant Arabisch te horen, en hoe groepjes stoere jongens in trainingsbroeken steeds uit kunnen lijken op iets dat niet deugt. Of dat de media u voortdurend bang maakt van verandering. Dat u eens zucht als feministen aan het woord komen en u zich afvraagt of u ook geen problemen hebt. Of dat u met lede ogen passeert aan één of andere pop-uptent vol hippe mensen terwijl u zich afvraagt of u al de rekeningen gaat kunnen betalen volgende maand.

Maar hier komen we aan de kern van de kwestie. Die mensen die u zo verdacht vindt, zijn in principe uw lotgenoten. De familie Syrische vluchtelingen van twee straten verder wil net zo goed als u een waardig bestaan. U bent jarenlang overspoeld met propaganda en anekdotes over “profiteurs” dat ze u opgezet hebben tegen al wie anders is dan uzelf. U bent armer geworden omdat u geloofde in krasse uitspraken van politici die de stal wel eens zouden uitmesten, maar enkel gedaan hebben aan schaamteloos dienstbetoon aan de banken, de rijken en zichzelf.

Zolang u blijft geloven dat we uw situatie moeten begrijpen maar in de pijnlijke toestand van andere groepen enkel kwade wil, complotten en misdaad vermoedt, zullen we verdeeld blijven en zal u blijven in de val trappen van de sterke man die alles beter zal maken. Die is er niet. De weg uit onze vele problemen is helaas moeilijk en complex.

Ik erken uw menselijkheid en uw boosheid. Maar erkent u die van een vrouw die op een vergadering telkens “grapjes” moet horen dat ze maar eens de koffie moet gaan zetten? En verstaat u dat Ibrahim zich uitschot voelt als niemand reageert op zijn sollicitatiebrieven omwille van zijn naam? Of zit u direct weer te grijpen naar excuses om geen begrip te tonen (“ze liegen!”, “hij wil niet werken!”, “ze moeten er maar tegen kunnen!”)? Dan bent u geen haar beter waar u anderen van beschuldigt. Begrip is een tweerichtingsstraat.

Laat ik het nog eens over een andere boeg gooien. Als u op straat beroofd wordt en de dader nog eens een kleurtje had ook, begrijp ik waarom u zich onveilig gaat voelen of gaat denken dat het misschien “allemaal dezelfde” zijn. Maar die gauwdief liet niet uw energiefactuur stijgen terwijl uw energieleverancier monsterwinsten maakt. Het is niet die dief die u liet betalen voor de hebzucht van de banken. Als u een sociaal probleem ervaart, moet u kijken naar wie macht heeft. En dat is niet de beruchte ‘Linkse Kerk’ (waar in Europa is links aan de macht?) en zeker niet de groeiende massa armen die de touwtjes niet aan elkaar geknoopt krijgt.

De enigen die u iets “afpakken” zijn de rupsjes nooitgenoeg van de 1% die er hun vrienden cadeaus mee uitdelen. Zwarte Piet die roetvegen krijgt in plaats van karikaturale make-up die een Afrikaan moet voorstellen, is niet “onze cultuur” die vernietigd wordt. Wetten die het mogelijk maken zonder proces mensen uit het land te gooien, dat is “onze cultuur” die wordt verwoest, want dat zet de deur open om ook uw rechten verder te ondergraven.

U bent het volk, wij zijn het volk, en de vele andere mensen waar volksmenners u voor oproepen om “in verzet” tegen te komen, zijn ook het volk. Ik toon graag begrip voor uw ergernissen, uw situatie en uw context, maar zo lang u blijft geloven in de leugens die u opgelepeld worden (o.a. over de onbestaande “islamisering”) en u weigert om ook maar een morzel begrip te tonen voor vele anderen die worstelen met de complexiteit van alledag, dan veroordeelt u zichzelf en misschien zelfs de maatschappij tot verdere isolatie. Sommige van de vijanden die u vandaag meent te zien, zouden wel eens uw beste vrienden kunnen worden, terwijl de leiders in wie meent uw vrienden te zien, dat eigenlijk nooit zullen zijn.

donderdag 19 januari 2017

12x beter schrijven

Professioneel schrijf ik al 10 jaar, en als het komt op allerlei types teksten waar geen centen mee te rapen vallen, vier ik dit jaar mijn 25-jarige jubileum. Natuurlijk waren de teksten die ik als negenjarige pende van een dubieuze kwaliteit. Maar ik schrijf ook beter dan toen ik 15 was, 18 of zelfs 25. Je blijft immers evolueren. Vandaar dat ik graag mijn ervaring deel in hoe je beter kan worden als schrijver. Ik zou niet durven beweren dat mijn tips universalia zijn, maar laten we ook niet te veel onder de indruk zijn van de valse stralenkrans van romantiek die rond het schrijven hangt, alsof goed kunnen schrijven iets is wat volledig gewapend aan je verstand ontspruit.

1. Blijf lezen

Het klinkt als een no-brainer, maar ik kom geregeld mensen tegen die gedichten pennen maar er nooit zelf lezen. Hoe kan je dan verwachten dat je er beter in wordt? Er waren inderdaad schrijvers die zelden lazen en toch heel goed waren, maar de kans is bijzonder klein dat je Dylan Thomas of Paul Snoek bent. Lees, en lees vooral divers. Het houdt je brein soepel en geeft je een reservoir van trucs, wendingen en woorden waar je zelf ook uit kan putten.

2. Soms is goed genoeg goed genoeg


Ik hoor het vaak van mensen die overwegen om te schrijven: "daar ben ik te perfectionistisch voor". Ze doen het liever niet in plaats van een slechte tekst te schrijven. Maar ooit moet je die drempel over. Het is enkel door het te doen, dat je beter kan worden. Le meilleur est l'ennemi du bon.

3. Durf feedback vragen


Beter worden zonder feedback is moeilijk, omdat je enkel je eigen maatstaf kan hanteren. Eén van de ergerlijkste reacties die je kan krijgen op een tekst is "wel leuk", hoe goed die reactie ook bedoeld is. Constructieve critici vind je vast in je eigen sociale kring, of desnoods in een kennis op sociale media. Hou ook in gedachten dat elke kritiek, hoe gefundeerd ook, verweven blijft met persoonlijke opvattingen. Je SF-epos laten lezen door een liefhebber van doorwrochte stream-of-consciousliteratuur is vrij beperkt in zijn nut.

4. Schrijf minstens vier dagen op zeven

Elke schrijver heeft zijn of haar eigen methode, maar bijna allemaal zijn ze het er over eens dat als je wil blijven evolueren, dat je simpelweg ook moet blijven schrijven. Dat geldt voor zowat alles waar je goed in wil worden. Onder schrijven valt niet enkel een pagina breien aan je verhaal of dialogen in elkaar zetten, maar ook redigeren en structureren. Daarover gesproken...

5. Structuur, structuur, structuur

Een tekst die minder dan 3.000 woorden bevat kan min of meer spontaan ontstaan, maar voorbij die grens wordt het nodig om structuur aan te brengen, desnoods nadat je geschreven hebt. Er bestaan uiteraard woeste genieën die er in slagen om een hele roman uit hun mouw te schudden zonder bewust na te denken over de structuur ervan, maar dat zijn meestal mensen die al héél wat geschreven hebben en bij wie indelingen en onderverdelingen bijna vanzelf gebeuren omdat het in hun muscle memory zit.

6. Je stijl is een visitekaartje

... en visitekaartjes zijn belangrijk, maar niet alles. Vorm boven functie kiezen is inhoudsloze krullendraaierij en dat gaat mensen na een tijdje op de zenuwen werken. Maar je stijl speelt een grote rol in hoe je "stem" klinkt in de hoofden van je lezers. Stijl is ook iets veranderlijks. Zo gedijt een verhaal waarin de plot erg centraal staat, beter bij een stijl die niet bijzonder veel franjes heeft, maar zal diezelfde stijl voor de omschrijving van de denkwereld van een schilder misschien veel minder toereikend zijn.

7. Stap uit je comfortzone

Conventionele wijsheid zegt dat je best schrijft over wat je best kent. Als bezadigde, kinderloze vijftiger schrijven over het leven van een twintigjarig meisje dat een nachtvlinder is, wordt al snel een oefening in de potsierlijkheid. Maar het loont om toch één à twee stappen uit je comfortzone te komen. Zo leer je bij en bots je op je grenzen, waarna je die misschien een beetje kan verleggen.

8. Meer zeggen met minder

Een voldragen schrijver schrijft niet per se minimalistisch, maar heeft wel een goede reden voor elk woord. Twee onzekerheden kunnen een potentieel goede tekst onaangenaam maken: ofwel is de schrijver bang dat mensen hem of haar niet gaan begrijpen en komen er veel te veel woorden aan te pas om iets te zeggen wat kan gezegd worden met veel minder, ofwel wil de schrijver zo'n verpletterende indruk maken dat hij of zij zinnen volstouwt met allerlei gezochte woorden, wendingen en metaforen.

9. Couleur locale mag


Vooral Vlamingen hebben hier last van. Uit schrik om over te komen als, nu ja, een Vlaming, gaan ze een soort über-Nederlands hanteren waarover Tom Lanoye zich graag vrolijk maakte in 'Sprakeloos', toen hij zei dat een Vlaming onmiddellijk transformeert tot een ambtenaar als hij een tekst moet schrijven. "Nonkel heeft goesting in fruitsap" is inmiddels ok, en het kan de soepelheid van een tekst ten goede komen.

10. Ken je stokpaardjes

Probeer eens niet te schrijven over bepaalde thema's waar je vaak op terugkomt. Of niet te vervallen in wendingen te hernemen die eerder succesvol bleken. Mijn vroege kortverhalen eindigden bijvoorbeeld steevast in (zelf)moord. Het is nog steeds een plotingrediënt dat ik graag gebruik, maar ik hou me er even vaak zeer bewust van weg.

11. Origineel zijn is een plus, geen must

Dit is eigenlijk een uitbreiding van puntje 6. "Alles is al gedaan, alles is al gezegd," is een vermoeid, vermoeiend en vaak herhaald credo, en het berust enigszins op waarheid. Jezelf uitsloven om de origineelste te zijn is vaak een negatieve spiraal. Er is niets mis met een solide, klassieke tekst.

12. Ontwikkel een poëtica

Waarom vind je goed wat je goed vindt? Waarom lees je bepaalde auteurs niet graag? Denk hier eens ten gronde over na en probeer uit te vissen wat voor jou echt belangrijk is in een tekst. Dit is het spiegelbeeld van een andere conventionele wijsheid, die zegt dat je als schrijver enkel teksten moet schrijven die je zelf graag zou lezen.

vrijdag 6 januari 2017

En het spiegelpaleis, het draaide rond

Op 2 januari maakte ik een screenshot van een opiniestuk van filosoof Maarten Boudry op Knack, wiste ik de hoofding en de kop, en verving die door een onzinnige boodschap waar onder andere de woorden "pipi, "kaka" en "snottebellen" in voorkwamen. De concrete aanleiding was zijn aan alle kanten rammelende aanval op de PVDA die in De Morgen verscheen, kort nadat er vanuit liberale en Vlaams-nationalistische hoek ook dergelijke geluiden waren gekomen.

Sappig biefstukje

Toegegeven, het was een cheap shot om mijn frustratie te uiten over de vanzelfsprekendheid waarmee Boudry al maanden een podium krijgt om zijn dubieus opgebouwde en in toenemende mate feitenvrije opinies zonder veel tegenspraak te kunnen debiteren. En allicht was mijn slecht stukje MS Paint onopgemerkt gebleven, was ik niet gekapitteld door Joël De Ceulaer, die me retweette en dat als aanleiding te gebruikte om te zeggen dat links even "degoutant" kon zijn als rechts.

Voor rechts Twitter was het alsof de honden plots een sappige biefstuk waren toegeworpen. Ik kan begrijpen dat als mensen "kaka" en "pipi" lezen in hun eerste digitale kennismaking met iemand, dat ze aannemen dat die persoon misschien een idioot is. De Wet van Poe zegt immers dat satire zonder duiding niet te onderscheiden is van een oprecht stuk. Maar in tijden waarin mensen op Facebook zonder schaamte durven pleiten voor genocide, dat gelijkstellen met wat scatologisch vertier? Onzin.

De vloek van de politieke correctheid

De dagen nadien bleef de frietketel lustig pruttelen, met als orgelpunt op 6 januari een dubbelinterview in De Tijd met Boudry en ex-reclamemaker Guillaume Van der Stighelen, die intussen een soort tweede Rik Torfs geworden is, een paterfamilias wiens bon mots wijd en zijd lijken beschouwd te worden als diepzinnig. Even dit: ik ben er zeker van dat Maarten Boudry een door de wol geverfde specialist is in zijn vakgebied en ik erken dat Van der Stighelen oprecht is in zijn verlangen naar een betere wereld. Maar dat maakt nog niet dat ze niet volslagen verkeerd zijn in wat ze uitkramen in De Tijd.

Eerst en vooral moeten we eens komaf maken met het idee dat politieke correctheid zo'n vloek is die op ons rust. Pleiten voor meer onbeschoftheid is bijzonder makkelijk als je toevallig allebei witte mannen bent uit de intellectuele elite en nooit in contact komt met de rauwe realiteit van racisme, seksuele agressie of andere vormen van discriminatie en vernedering. Ten tweede, wat vandaag "politiek correct" is, is precies wat er uit hun monden komt. Mensen moeten zich niet zo aanstellen, we zijn te gevoelig, het vrije woord is heilig. Ze komen nog net niet aanzetten met "problemen benoemen", ook al zo'n heilig huisje van de nieuwe politieke correctheid.

Linkse bommetjes, rechtse opmars

Het probleem is overigens niet dat we niet voldoende luisteren naar de stem van de gefrustreerde arbeider (en wie zegt dat racisme daar een groter probleem is dan in de middenklasse?). Het probleem is vooral dat we veel te veel moeten luisteren naar mannen als hen, die weinig interesse lijken te hebben in de status quo uitdagen. Mensen die al jaren tegen de imaginaire windmolens van leer trekken van de Linkse Kerk, een onbestaand instituut waarvan vele progressieven enkel maar kunnen dromen dat het bestond. Op die manier krijgt het getier van extreemrechts een patina van eerbiedwaardigheid.

Overigens, ik weet best dat ook progressief Vlaanderen bommetjes kan gooien, maar verwachten de heren dat links zich mak naar de slachtbank laat leiden? Dat ruikt naar victim blaming. Op de golven van de redeloosheid en de haat is hard rechts overal in het Westen bezig aan een stevige opmars of is het aan de macht. Dat lijkt me een serieuzer probleem dan een paar pipo's zoals ik die zich aan scatologische grollen wagen of Boudry "een gluipkop" noemen. Links blijft in Vlaanderen al meer dan 20 jaar onder de 30% en het is twijfelachtig of PVDA de kiesdrempel zal halen. Rechts haalt routineus scores van meer dan 40% en het Vlaams Belang is moeten radicaliseren omdat de N-VA zo veel van haar originele standpunten heeft overgenomen.

De feiten en de harten

Inderdaad, een stevig publiek debat is belangrijk. Maar, of nu links or rechts, voor mensen die verzinsels aan elkaar kantklossen hoort daar eigenlijk geen plaats in te zijn. Zoals het statement dat de Democraten slechte verliezers zijn. Ik zie het nog voor me, daags na de verkiezing van Barack Obama in 2008, hoe Republikein Mitch McConnel glunderend zei dat hun prioriteit zou worden om ervoor te zorgen dat Obama een "one-term president" zou zijn. Of recent, dat Trump hintte dat hij een mogelijke nederlaag niet eens zou erkennen. Of in 2000, toen Democraat Al Gore zich voor de lieve vrede liet ringeloren door George W. Bush bij het hertellen van de stemmen in Florida.

"Links heeft de feiten, maar niet de harten," hoor je wel eens. Een veralgemening, maar een uitspraak waar je ook veel progressieven zuchtend bij zal zien knikken. Eén van de oorzaken van dat probleem is echter dat rechts gewoon feiten uitvindt om de harten verder aan te stoken. Waarom blijven we dat tolereren? Van onze opiniemakers vind ik dat we meer respect mogen eisen voor de realiteit, en minder badinerende mooipraterij. Anders zal het niet de laatste keer zijn dat hun uitspraken worden gereduceerd tot fecale kunstwerken.

zondag 18 december 2016

Generatieconflicten zijn kunstmatig

Eens in de zoveel tijd verschijnt er een opinie die betoogt dat de ‘millennials’, de jongste generatie op de werkvloer, bestaan uit luie, narcistische en in watten gewikkelde kruidje-roer-me-nietjes. Soms volgt daar de even voorspelbare tegenbewering op die dit probeert te logenstraffen, met vaak nog een veeg uit de pan voor de ‘babyboomers’. Maar het is onzin. Zo ook de mening die managementgoeroe Simon Sinek poneert.

Managementgoeroes dienen sowieso al met een korrel zout genomen te worden. Niet zelden zijn ze weinig meer dan astrologen en vogelwichelaars van de moderne tijd, die met fijn klinkende buzzwords en interessante maar moeilijk te bewijzen theorieën de harten (en portefeuilles) proberen te veroveren van managers en bestuurders. Sinek is een voormalige marketingman en ik ben zelf al tien jaar actief in marketing, dus niets van zulke praktijken is me vreemd.

De apocalyps is nabij

Wat alle generaties verbindt, is dat ze zeuren over de jeugd van tegenwoordig. De Soemeriërs, de Grieken, de Romeinen en de Middeleeuwers kloegen allemaal dat de jeugd geen respect meer had voor normen en waarden en dat de maatschappij spoedig zou ten onder gaan aan de luiheid en de goddeloosheid van het jonge volkje. In die aanklacht zit een verscholen vorm van narcisme: “kijk eens hoe veel beter wij waren”.

Maar het gelaakte “langharig, werkschuw tuig” van de jaren ’60 is nu zelf oververtegenwoordigd in raden van bestuur en de hoogste niveaus van de wereld en de enige doemscenario’s die op korte termijn realistisch zijn, zijn grosso modo het werk van wie nu afgeeft op de jeugd. Het zijn niet de millennials die de oceanen hebben overbevist, gestemd hebben op Donald Trump, jungles hebben kaalgekapt of belastingen hebben opgesoupeerd om het casinokapitalisme te betalen.

Duiven en raven

Maar ook dat is geen faire kritiek. Elke generatie heeft zijn luizen in de pels. De volgende grote massamoordenaar is nu misschien 25 en nog bezig aan zijn opgang in de politieke rangen. En er zijn tal van mensen van goede wil onder wie men gemakshalve als ‘babyboomer’ of ‘generation X’ catalogeert, die hard strijden voor een betere wereld.

De Romeinse satiricus Juvenalis schreef ooit: “kritiek gaat tekeer tegen de duiven, doch verschoont de raven”. Wie dus iets staat te roepen over deze of gene generatie, heeft ofwel zelf boter op het hoofd, ofwel heeft die er iets bij te winnen om makkelijk te scoren op de kap van een groep mensen die zich in de mainstream moeilijker kunnen verdedigen.

Beter samen

Het is een zwaktebod om een generationele trend te veralgemenen en te zien als sociale kwalen. Als millennials al luier en hedonistischer zijn dan hun ouders – waar ik overigens nergens harde bewijzen van zie buiten opgeklopte paniekzaaierij – dan is dat een reactie op een maatschappij die ze zelf geen vorm hebben gegeven. Procentueel gezien ligt het zelfmoordcijfer inderdaad hoger bij de millennials, maar dat is misschien ook omdat er weinig mensen zijn van 25 die sterven na uit te glijden in bad.

Nee, een generatie wegzetten als problematisch is negeren dat we over de generaties heen samen veel meer delen dan dat er ons verdeelt. Ik ben de voorvechters van meer gelijkheid en rechtvaardigheid van vroeger erg dankbaar en ik zet met plezier hun strijd verder. Hokjesdenken is nefast voor samenhorigheid en warmte in de samenleving. Zoals zo veel mensen heb ik mijn waarden, zoals hard werk en opkomen voor anderen, mee van mijn ouders, en als ik zelf mag veralgemenen, denk ik dat er weinig jonge mensen zijn die van thuis uit “luiheid” en “narcisme” hebben meegekregen als prima ideeën. Jongere collega’s van me zijn vaak gedreven, ambitieuze en competente mensen geweest die iets wilden maken van hun leven.

Passeren aan de kassa

Ik vraag me af in hoeverre Simon Sinek de laatste jaren nog eens op een echte werkvloer gestaan heeft. Dat Sinek, en met hem zo veel andere tendentieuze opinieerders die in hun bubbel leven van kaderleden, conferenties en glazen torens, een groep mensen waar ze zelf weinig contact mee hebben van narcisme betichten terwijl ze zich dik laten betalen als marketingsterren, lijkt me een bijna komisch geval van projectie.

zaterdag 3 december 2016

Niets zo politiek correct

Een gegeven boek kijk je niet in de kaft. Toen een vriendin me 'Kijk niet zo, konijntje' schonk van Marnix Peeters, trok ik een sceptische wenkbrauw op. Ik had weliswaar nog geen boek van Peeters gelezen, maar uit zowat alles wat ik wist over zijn oeuvre, dacht ik niet dat ik zijn boek graag ging lezen. Mijn vooroordeel over hem was dat hij een soort Brusselmans van den Aldi was die probeerde om zijn eigen kwalijke meningen weg te stoppen achter het toverwoord "ironie". Maar, beloofde ik de vriendin, ik ging het boek een eerlijke kans geven. Tenslotte verdient het dat ook.

Die 'eerlijke kans' duurde 64 pagina's voor ik het boek dichtklapte. Ik ging online op zoek naar recensies om te zien of ik alleen stond met mijn mening, en daar ziet het er precies naar uit. 'Kijk niet zo, konijntje' is een soort vervolg op 'Natte dozen', waarin Peeters de gefrustreerde, oude fascist Oscar Van Beuseghem opvoert, deze keer in briefformaat. Vele recensenten spreken over "lachsalvo's" of nemen het intussen ergerlijke woord "hilarisch" in de mond. De teneur is dat hoewel Van Beuseghem een compleet fout personage is, er toch wat af te lachen valt met zijn hyperbolische brieven. Dit is het aantal keren dat ik moest lachen: 0.

Voor wie mij niet persoonlijk kent: ik sta bekend als een al bij al vrij geestige man. Ik heb in het verleden niet onaardige satire bedreven en ik kan nog altijd lachen om klassieke Britse comedy zoals 'The Fast Show', 'The Office', 'The Green Wing' of 'Miller & Armstrong'. Ik vraag me af waarom zo veel mensen Peeters grappig vinden. Want de vorm van humor die zijn Van Beuseghem bedrijft, is gewoon een super-sized versie van de gemiddelde reaguurder op HLN.be met een iets rijkere woordenschat. Wat is er grappig aan pagina na pagina te lezen over "negers", "vette koeien" en een stortvloed van beledigingen aan het adres van al wie geen heteroseksuele witte man is?

Eén van de eerste dingen die je leert als iet of wat ingestudeerde lezer is dat je de auteur niet mag gelijkschakelen aan zijn of haar personages. Brett Easton Ellis is zelf geen psychopaat, Vladimir Nabokov was geen pedofiel en Roberto Bolaño zat niet stiekem masturberend 'Mein Kampf' te lezen. Maar deze drie schrijvers hadden iets te vertellen met hun afdalingen in de psyches van duistere personen. Bij Peeters heet het "een spiegel voorhouden", maar het enige dat ik zie in de spiegel, is dat blozende kopje van Peeters zelf, die gniffelt dat hij dat toch allemaal heeft durven opschrijven, dat hij de politiek correcte goegemeente toch maar weer een ferme neus gezet heeft. Welnu, beste Marnix Peeters: er is niets, werkelijk niets zo politiek correct als in het Westen een bak stront kieperen over minderheden en elke groep die enigszins macht bezit, compleet buiten schot laten.

Ik laat ook nog even buiten beschouwing dat het allicht Peeters was die een dik jaar geleden schuilging achter een reeks literaire tirades die voornamelijk gericht waren op het afbreken van het uiterlijk van jonge schrijfsters. Hij heeft altijd ontkend dat hij het was, maar laten we elkaar geen Liesbeth noemen. Peeters geniet de bescherming en promotie van een groepje mediamensen en ex-collega's die zichzelf vermoedelijk vrij links vinden omdat ze Ronny Mosuse een toffe vent vinden en hun vrouw niet slaan, maar die ver buiten de realiteit leven van wat het betekent om dag in dag uit te moeten opboksen tegen een sociale orde die doordrenkt is van allerlei -ismen.

'Kijk niet zo, konijntje,' is die vervelende moppentapper op café die een enorm racistische mop vertelt, zegt dat het "ironie" is en diezelfde mop in diverse variaties nog 30 keer herhaalt. Het is de foute Obama-speculaas, maar dan geproduceerd op industriële schaal. Het is de onnozelaar die "slikken, slet" brult als student op een cantus, maar dan 40 jaar later aan zijn bureau. Het is één oprisping van gal tegen het revolutionaire idee dat ook mensen die geen witte, heteroseksuele mannen zijn, misschien even zo goed personen zijn.

Valt er nog wat te redden aan het boek, eigenlijk? Is het goed geschreven? Niet echt. De stem die Van Beuseghem meekrijgt, is niet pedant genoeg om een snoeverige reactionaire intellectueel te zijn, en niet volks genoeg om aan het kaliber te kunnen van een toogfascist. Alle vergelijkingen liggen enorm voor de hand. Met taal en stijl worden geen spannende dingen gedaan. Vermoedelijk heeft Peeters zich nu en dan laten inspireren door de 'viezentist'-episode van Louis Paul Boon, maar als hij tot aan de enkels komt van Boon, mag hij al blij zijn. Plus: Boon kwam er voor uit dat hij een vies ventje was. Peeters verschuilt zich achter het vijgenblad van de ironie.

In mijn onuitgegeven roman 'Fragmentariërs' schreef ik vorig jaar dit: "Ze zeggen altijd, “die Brusselmans, je moet het hem toch nageven”. Of, “die Brusselmans, die kan ondanks alles een aardig stuk schrijven.” Dat zou geen zinnig mens mogen ontkennen, en wie zich in de jaren ’90 stoorde aan zijn vuilschrijverij, belandde precies in de lappenmand waar Dirty Old Herman ze wilde. Toch valt er wat af te dingen op zijn werk en op dat van sommige van zijn generatiegenoten, zoals [pdw] of sterjournalist Serge Simonart. Het zijn allemaal misogyne figuren die ik verantwoordelijk acht voor het terug in voege komen van een cool soort vrouwenhaat, alsof alles wat de vrouwenbeweging wenste te bereiken, vanaf 1991 bereikt was, en we rustig terug konden gaan naar vrouwen wegzetten als hysterische miekes en moekes, en dat ze voor de rest vooral mooi moesten zijn en lekker kunnen pijpen."

Maar jammer genoeg heb ik geen uitgever, en Marnix Peeters wel. Blijkbaar verstaat Peeters wel de kunst van zich in de anus wurmen van Vlaamse PDG's van de literaire beau monde die ook het seksisme van de Brusselmansen en de Simonarts plezant vinden, en ik niet. Als dat de prijs is die ik moet betalen om oprecht te blijven werken aan een beter oeuvre dat iets te zeggen heeft, dan betaal ik die graag.