Over 'Onklare taal'

'Onklare taal' is de verzamelnaam van diverse tekstprojecten van mijn hand. Dit is de afdeling opiniestukken daarvan, want God weet dat er daar nog niet genoeg van bestaan. Mocht je je bij het lezen ervan afvragen: "kritiek hebben kan je wel, Anton, maar heb je ook oplossingen?" dan kan je 'De Nieuwe Staat' voor €0 downloaden. De weg een beetje kwijt? Mijn eigenlijke website, die ook 'Onklare taal' heet, verwelkomt je.

zondag 30 juni 2019

Met je “zesjescultuur”


Het onderwijs in Vlaanderen boert achteruit. Lang was deze stelling het domein van mopperkonten en cultuurpessimisten die in elke nieuwe trend een ruiter van de apocalyps menen te herkennen, maar de laatste jaren kan je niet meer om de bewijzen heen. Vooral de talenkennis deemstert zienderogen weg. Iedereen lijkt direct de schuldige gevonden te hebben: het is de politiek, het zijn gedemotiveerde en minder competente leerkrachten, het is de instroom van jongeren met een migratie-achtergrond of het is de zogenaamde “zesjescultuur”.

Het is bepaald ironisch dat Wouter Duyck, de bedenker of toch alleszins de vurige bepleiter van dit fenomeen als een groot probleem, in zijn interviews en opinies zelf dikwijls de diepgang tentoonspreidt van een potje borrelnootjes. Die man is ook nog niet gestorven aan een originele gedachte. Jongeren belasteren is een populaire bezigheid van oudere witte mannen, terwijl, als jongeren iets mispeuteren, moet dat toch ten dele op het conto van de mensen te schrijven zijn die hen opgevoed hebben? 

En hier is een ander idee in verband met die “zesjescultuur”: misschien zijn veel jongeren inderdaad niet gemotiveerd om academisch uit te blinken als ze zien dat we in een wereld leven waar competentie en hard werk vaak niet naar waarde geschat worden. Dat begint bij de hoogste niveaus van de macht in dit land, waar manifeste incompetentie en corruptie niet afgestraft worden en het misprijzen voor al wie zich daartegen wil verzetten zo tastbaar is als de klamme handjes van Pol Vandendriessche op een zwoele voorzomerdag.

De grootste voorspellende factor om te weten of je later rijk zal zijn, is of je ouders dat ook waren. Waarom zou je nog willen excelleren als je weer één of andere nitwit ziet geparachuteerd worden in een mooie bullshitfunctie met een riant loon puur omdat één van zijn of haar ouders de firma bezit? En waarom zou je als student je best willen doen voor talen, die in de door STEM-richtingen geobsedeerde politiek en maatschappij beschouwd worden als een vuilnisbakrichting voor wie niet het talent heeft voor wiskunde en wetenschappen? Dat een zwakkere prestatie in talen later ook slechtere leraars oplevert, lijkt me dan ook evident.

Overigens is Vlaanderen daarmee hard bezig zijn competitief kennisvoordeel aan het kapotmaken. Wiskunde is overal hetzelfde: een ingenieur uit Roemenië kan grosso modo dezelfde dingen als een ingenieur uit België. Taal- en cultuurkennis daarentegen komt door onderdompeling in het andere, iets waar de Vlaming historisch erg sterk in was en waar Vlaanderen geografisch heel gunstig voor gelegen was, op het kruispunt tussen wereldrijken. Dat maakte ons gegeerde diplomaten, onderhandelaars en internationale managers. Echte innovatie vloeit ten dele voort uit creativiteit, en creativiteit stimuleer je door leerlingen andere perspectieven, levenswijzen en kennistradities bij te brengen.

En welke idealist wil nog leraar worden? Je moet jaren worstelen en ploeteren om een vaste school te vinden en in deze van neoliberale “klant is keizer”-doordesemde maatschappij krijg je af te rekenen met boze ouders, een pak eigen administratie (want besparingen zijn de moderne bloedzuigerbehandelingen, waarbij een averechts effect betekent dat je nog meer bloedzuigers moet gebruiken) en een reflectie van een superdiverse maatschappij waar Vlaanderen ook al geen goede antwoorden op weet te geven. Weinig beroepsklassen zijn overigens ook zo vaak het mikpunt van onterechte afgunst.

Misschien dat onze neuzelende witte mannen zelf maar eens het goede voorbeeld moeten geven. Maar daarvoor missen ze vooralsnog kans na kans na kans. Integendeel, ik kan me voorstellen dat na elke verbale lading diarree die de Franckens van deze wereld weer eens in het rond sproeien als een aalton op een akker, er weer ergens een jongere denkt “fuck dees, als zo’n pipo ongestraft de hele dag de lul mag uithangen en er een potje van kan maken, wat zit ik hier mijn kloten af te draaien?”.

zaterdag 25 mei 2019

De piano stemmen

Wie ooit al, al was het cursorisch, één van mijn ernstigere teksten heeft gelezen of met mij een gesprek heeft gevoerd over serieuze onderwerpen, die weet dat mijn hart al geruime tijd links klopt. Dat wil daarom niet zeggen dat ik politieke ideeën van overal op het spectrum niet op hun eigen merites kan beoordelen of dat ik het altijd per se oneens ben met rechtse politici. Anders verval je in een soort supporterstribalisme waar niemand beter van wordt.

Maar goed. Ik denk niet dat ik ooit al zo veel mensen in mijn omgeving hardop
heb horen twijfelen over hoe ze zullen stemmen in de verkiezingen van 26 mei. Ik ben niet van plan stemadvies te geven, meer een overzicht.

Povere ideeën, pover beleid

 
Wat me vooral opvalt in de partijen en formatie die naar de gunst van de kiezer dingen, zowel in Belgiê als daarbuiten, is hoe armoedig veel ideeën zijn, als er al ideeën zijn en die niet vervangen zijn door branding of cultussen rond persoonlijkheden. In veel Europese landen lijkt gewoon wat aangemodderd te worden. Kleurloze technocraten met variërende graden van neoliberale agenda's hebben de laatste jaren vooral de allerrijksten bediend onder het mom van goed rentmeesterschap of offers vragen van de bevolking. Intussen nemen de erven van roofbaron Albert Frère een frisse duik in hun Dagobert Duck-achtige fortuinen.

Natuurlijk is als politicus zeggen dat je een neoliberaal bent en gelooft in de rijken rijker maken (of dat dat uiteindelijk iedereen ten goed zal komen via het magisch denken van de reagonomics), electorale zelfmoord. Dus dan móet je het wel over iets anders hebben. Platitudes als het kan, leugens als het moet.

En politici die getuigen van enige beginselvastheid worden ofwel genadeloos onder de mat geschoffeld (Yanis Varoufakis), in de geld-gezinde media verrot getrapt voor de kleinste uitschuiver (Jeremy Corbyn) of afgeschilderd als inluider van een soort immigrapocalyps (Angela Merkel).

De kracht van bullshit

Liegen om een bittere pil of een slecht idee te verhullen is niet nieuw. Wat nieuw is, is de schaal van de leugens - of beter, de bullshit - qua volume, snelheid en intensiteit. Naast Big Data zou je gerust kunnen spreken over Big Lie.

Die leugens zijn geen exclusief domein van neoliberalen en racisten, maar ze zijn enkel bij hen een essentieel onderdeel van het partijplatform. Ten dienste van desinformatie is vooral bij extreemrechts alles geoorloofd en moet alles eraan geloven dat niet oplijnt met de rigide, van hogerhand ingegeven visie van de mystieke markt / de superieure witte cultuur.

Meer zelfs, verzet tegen die visie wordt gekarakteriseerd als (lands)verraad. Alleen door direct naar extremen te gaan en heel hevige emoties in te roepen kan de leugen beschermd worden (wat ik overigens ook beschrijf in mijn boek 'De Nieuwe Staat' onder de 'Homo hystericus').

Point in case: de N-VA heeft geen enkel wervend project. De weinige nationalisten die nog dromen van een onafhankelijk Vlaanderen zijn een marginale minderheid. Voor de rest is het een amorele bende vol klaplopers, carrièristen, domkoppen, brulboeien, azijnpissers en vreemdelingenhaters. Dat zijn vulgaire woorden die horen bij een vulgaire, platte partij waar beleefdheid enkel iets is waar hun opposanten zich horen aan te houden.

Grossieren in leugens

Ik heb het altijd merkwaardig gevonden dat de politici die het vaakst en het boudst liegen net zo populair zijn bij antipolitieke booslui die roepen dat "alle politici leugenaars" zijn. Ik ga hier geen opsomming geven van al de flagrante leugens en de kontendraaierij die de aanhangers van (vooral) extreemrechts in dit land slikken als zoete koek.
Wie niet wil inzien dat die bewuste politici eerste klas leugenaars zijn, die is ziende blind. Zorgwekkender zijn de resultaten van die leugens. Eens die een onderdeel beginnen uitmaken van het publieke debat, wordt het moeilijker om die van de hand te wijzen, ook al wordt ten overvloede bewijs geleverd.

Bovendien is het niet nodig dat een meerderheid van de mensen leugens gelooft (of ze uitbuit). Een substantiële minderheid is genoeg. Het Vlaams Belang haalde op zijn hoogtepunt gemiddeld een kwart van de Vlaamse stemmen en trok het hele politieke centrum naar rechts. Find and replace voor zowat alle westerse democratieën.

En natuurlijk treffen de media mee schuld. Krantenkoppen zetten "racist" bijna altijd tussen aanhalingstekens, clicks op HLN.be zijn groter (en maken vast meer muizen kapot) als ze komen van woestelingen die bijna klaarkomen bij de gedachte aan gaskamers vol moslims. Een jongere generatie journalisten herkent het Vlaams Belang (en nu de N-VA) nauwelijks als extreme partijen omdat de vorige het extreme mee normaal heeft helpen maken.

Het fantoom van de socio-economische heilzaamheid

Nog even dit. Soms haalt men aan dat mensen hun toevlucht zoeken tot extreemrechts door socio-economische desillusie, antipolitieke gevoelens en zo verder, niet door racisme. Dat verpaupering en een gevoel van uitsluiting in een wereld waar hoger opgeleiden vrolijk citytrippen en aan 'multiculti' doen en zij in vuile wijken achterblijven waar jonge Marokkanen met even weinig perspectieven rondhangen.

Ik zou graag geloven dat het zo simpel was. Soms kan ik ook wel eens schamper denken dat vrienden van mij uit de hogere middenklasse makkelijk praten hebben over de zegeningen van de geglobaliseerde wereld terwijl zo veel mensen daar niet in mee kunnen en ploeteren om op het einde van de maand de rekeningen te betalen.

Maar het probleem is dat ik nooit bewijs heb gezien voor die socio-economische theorie. Ook niet op links, dat graag gelooft dat globale welvaart voor iedereen de aantrekkingskracht van extreemrechts zal doen verschrompelen.

De waarheid is dat extreemrechts steun vindt bij alle lagen van de bevolking. Rijke fascisten zíjn simpelweg deel van de geglobaliseerde elite, en een arme racist heb ik nog nooit horen zeggen dat-ie op het Vlaams Belang stemt omdat hij niet op Erasmus is kunnen gaan naar Nantes of Bologna.

De terugkeer van Franz von Papen
 
Enkele jaren geleden maakte ik me zorgen over een mogelijk keerpunt in onze politieke en sociale orde dat we op het moment zelf niet zouden herkennen maar pas met terugwerkende kracht later zou gelden als onze brand van de Rijksdag of onze moordaanslag op Franz Ferdinand. Nu maak ik me meer zorgen over hoe ik in alles een stilzwijgende meerderheid volmaakt in staat zie zo'n punt niet te wìllen zien.

Er zijn nog sociale schokken - de recente overwinning van reactionaire krachten in de Amerikaanse staat Alabama om zelfs in gevallen van verkrachting en incest abortus een misdrijf te maken, of de misogyne "vrouwen aan de haard"-boodschap van Neerlands Meest Dietsche - maar als die wegebben wordt de volgende uitspraak of daad aan de vorige schok afgemeten en blijkt dat dan allemaal zo erg niet meer.


Als een Bart De Wever al geen softe fascist is, is hij alleszins een Franz von Papen, wiens haat voor links een aantal machten groter was dan zijn minachting voor de nazi's.

Mijn advies: blijf waakzaam. Kom in verzet tegen de leugen. De allerergste faciliteerders van een onvrije maatschappij zijn niet de would-be dictators en hun trouwste aanhangers, maar de massa die laat betijen, samen met de gemakzuchtige profeten van het slappe midden.

woensdag 8 mei 2019

Diabolisch

De laatste maanden vloeien de zinnen maar met mondjesmaat uit mijn pen. Althans wat het echte creatieve schrijven betreft, niet het broodschrijven. Niet getreurd, want het is niet alsof de wereld ademloos zit te wachten op de nieuwste tekstdrol die ik tevoorschijn zou toveren.

De meeste dingen die ik tot hier toe had willen zeggen, heb ik overigens ook al gezegd, en dat maakt vandaag des te tragischer. Ik stuitte toevallig op een column die ik ooit schreef voor De Wereld Morgen, waarin ik zei dat onze maatschappij verkrachters het te gemakkelijk maakte. Dat was 6 jaar geleden en elke letter ervan is nog altijd waar. Van dat soort inzichten op lange termijn wil je eigenlijk geen auteur zijn.

Er is een vrouw vermoord door een man die eigenlijk achter tralies had moeten zitten. Uitleggen dat hij vrij was omdat hij geen vluchtrisico vormde terwijl zijn beroepsprocedure liep en dat op de twee jaar tussen zijn (tweede!) veroordeling voor zware zedenfeiten gerechtelijke dossiers voorrang kregen die nog dringender waren, dat doet me denken aan die cartoon van twee Azteken die onderaan een tempel staan waar helemaal bovenaan een bebloede hogepriester wacht op het volgende hart om ritueel uit te snijden. Zegt de ene Azteek tegen de andere, die duidelijk niet happig is om te sterven om de zonnegod te eren: “het is geen perfect systeem, ik weet het, maar het is wat we hebben.”
Noch een juridisch of politiek steekhoudende uitleg noch een knieval door hoge koppen die rollen kunnen een dood persoon terugbrengen. 

Het lichtpuntje dat ik zie komt voornamelijk van jongere mensen, die het net zoals met het aanhoudende kontgedraai en uitvluchtengedrag van de machthebbers rond het klimaat niet langer pikken dat een ‘beroepsrisico’ van het vrouw-zijn blijkbaar moet zijn dat je zomaar kan vermoord worden. Of dat ze zich niet langer willen plooien naar de tips van allerlei betweters (m/v) die liever de verantwoordelijkheid voor seksuele misdrijven in de schoenen schuiven van de slachtoffers – het boerka-denken, met andere woorden.

Eveneens positief is dat steeds meer mensen inzien dat er een tramlijn loopt tussen pakweg straatseksisme en lustmoord. De meeste daders stappen misschien altijd aan de eerste halte al af, maar het is zaak dat die tramlijn helemaal niet zou mogen bestaan. 

Of, als je dan toch per se fatalistisch wil zijn en diep vanbinnen gelooft dat de mens een rot wezen is, zou je toch op z’n minst moeten willen meewerken aan de enorme disproportionaliteit terug te dringen van vrouwen en meisjes als slachtoffers versus mannen als daders. Misschien begint dat met correcte, tijdige en verantwoorde strafmaten, maar ook dat is maar de eerste halte – die tramlijn, die maar één element is van een potentieel betere maatschappij, eindigt bij het ontbreken van de voedingsbodem voor allerlei duistere psychosociale machtsimpulsen.

Ja, dat is een titanenwerk. Maar dat was het uitbannen van slavernij en lijfeigenschap ooit ook.

Zinloos pessimisme dat het allemaal wel zijn tijd zal duren en dat we gewoon kunnen blijven toekijken (of erger nog, achterhoedegevechten leveren die liever de stop terug de fles op draaien) is even kwalijk als het cynisme van jongleren met hete aardappelen. Ik weet alleszins dat ik liever vecht voor een wereld waarin geen jonge vrouwen meer vermoord in een kanaal teruggevonden worden. Al was het maar door één millimeter verschil te maken. Want wat zit er anders op?







donderdag 10 januari 2019

Vlaamse media, maak alsjeblieft een einde aan jullie flirt met reactionairen

Elke keer opnieuw. De Standaard doet het. De VRT doet het. Het Laatste Nieuws doet het grààg. De Morgen doet het. Zelfs Knack en Humo doen het. Een podium bieden aan de zoveelste reactionair die sommige, indien niet alle, typische extreemrechtse standpunten graag in de verf komt zetten. Wat drijft jullie?

“Het is voor de kliks en de aandacht”

Hoewel ik geloof dat dat zeker een rol speelt, kan het niet alleen dat zijn. Anders zouden jullie ook filmpjes kunnen maken over mensen die hun eigen uitwerpselen opeten of op zoek gaan naar columnisten die huiselijk geweld verdedigen. Beide zijn ook erg controversieel en zijn garanties voor shock en boosheid bij een goed deel van het algemene publiek.

“Maar we worden al gezien als zo links”

… door extreemrechts, voor wie iedereen ter linkerzijde van Augusto Pinochet een socialist in vermomming is. Hedendaagse fascisten doen zelfs hun best om Adolf Hitler af te schilderen als een soort socialist, want “nationaal-socialisme”. Waarschijnlijk denken die ook dat een bruinvis bruin is en een zeepaard een zoogdier.

“We geven enkel weer wat leeft in de maatschappij”

Zoals de stijgende kloof tussen arm en rijk? De stagnatie van de lonen en de koopkracht? Dat de verguisde millennials gemiddeld 10 jaar later dan hun ouders een woning kunnen bouwen of kopen? Maar nee, maak evenveel trammelant om een lokale pro-neonazi-betoging in Ninove waar misschien duizend man was als een betoging voor een beter klimaatbeleid in Brussel waar 70x zo veel mensen waren.

“Daglicht doet dergelijke ideologieën het snelste verschrompelen”

Misschien als elke reportage zo kritisch kan zijn als de Pano-reportage over Schild & Vrienden. Nul contextualisering voor de door nepnieuws gedreven columns van Mia Doornaert of de leugens van Theo Francken helpt niet – integendeel. HLN bestond het zelfs een poll te lanceren of er na de aanslagen van 22 maart 2016 echt “dansende moslims” waren geweest, hoewel tegen dan al aangetoond was dat Jan Jambon daar pertinent over had gelogen.

“We moeten het debat durven aangaan”

Daarom krijgen ook mensen die geloven dat de maanlanding nep was of dat de aarde plat is, ruim aandacht in de media. Daarom nodigen we op een viering voor seksuele diversiteit ook eens een notoire homo- en transhater uit. Fascisten zijn niet geïnteresseerd in een debat (ook al zeggen ze van wel), maar in propaganda, want hun ideeën hebben 0 intellectuele merites en zijn onverdedigbaar.

“Je kan X% van het electoraat niet negeren.”

Blijkbaar geldt dat wel voor radicaal links, dat het moet stellen met kruimeltjes aandacht of droge observaties. Evenredige aandacht voor radicaal linkse stemmen is er niet, al doen sommige media als Knack of Humo op hun blauwe maandag wel eens hun best. Je kan argumenteren dat die een kleiner deel van het electoraat vertegenwoordigen, maar je kan je ook afvragen of het electoraat voor extreemrechts juist niet zo groot geworden is mee door de disproportionele media-aandacht.

“We moeten ook de vijanden van de democratie leren begrijpen”

Anders kunnen jullie gelijk ook het wiel opnieuw uitvinden. Handvaten om moderne reactionairen te begrijpen zijn er al meer dan 70 jaar. Van de rookgordijnen die ze spuien tot de condities waarin ze gedijen. Er zijn tal van boeken over geschreven en tal van studies naar gemaakt. Maar in de plaats daarvan moeten we het steeds stellen met platitudes over “onzekerheid” en “teleurstelling”, alsof het onmogelijk is dat aanhangers van fascistische volksmenners niet tegelijk slachtoffer kunnen zijn en ook moreel verwerpelijke denkbeelden steunen.

“We brengen ook andere stemmen om te nuanceren”

… en die stemmen lijken me vooral blind te hameren op nuance zonder inhoud, alsof iemand in Rusland in 1922 zat te wachten op ‘nuance’ tussen Trotski en Stalin om te verkondigen dat de waarheid daar in het midden lag. En dan zijn er nog de analisten à la Carl Devos, die van politieke verslaggeving een nieuwe sportcolumn hebben gemaakt voor wie beleid en ideologie slechts elementen zijn als vrije trappen en mandekking bij voetbal.

***

Herpak jullie alsjeblieft. Til het debat naar een hogere standaard. Hou op met leugenaars vrijelijk te laten liegen, fascisten propaganda te laten verspreiden, steeds dezelfde grijze keure aan centrum- en centrumrechtse mensen uit te nodigen voor debatten over onderwerpen waar ze te weinig over weten, en ‘jong geweld’ te rekruteren uit de radicaal-rechtse flank. Er zijn genoeg andere stemmen.

donderdag 27 december 2018

Schaf alle vakken op school af

Enkele keren per jaar komt er een pleidooi van een denker, een analist of een specialist om nieuwe schoolvakken te introduceren, huidige vakken terug te dringen of af te schaffen, of om het onderwijs flexibeler te maken – bijvoorbeeld door fysica te geven in het Engels of esthetica in het Frans. Maar wat als we nu eens niet langer dachten in termen van ‘vakken’?

Vakjesdenken en systeembestendiging

Tenslotte zegt de term ‘vak’ het allemaal: een beperkt kennisdomein, vierkant en overzichtelijk. Het product van een geïndustrialiseerde samenleving waar onderdeel per onderdeel gebouwd wordt en mensen in tamelijk routineuze taken vastgeklonken zitten aan hun specialiteit.

Maar waar begint godsdienst en eindigt filosofie? Waar begint biologie en waar eindigt lichamelijke opvoeding? Schoolvakken zijn artificiële indelingen en worden gereproduceerd door leraren die uit dat systeem komen en het voortzetten eens ze les geven aan leerlingen.

Het onderwijssysteem ingrijpend aanpassen is als het bijsturen van een olietanker en stuit altijd op verzet, omdat het onderwijs in principe een conservatieve taak heeft. Het probeert de heersende normen en waarden over te brengen, los van de zuivere kennis die het doorgeeft aan jonge mensen. Ook al bevatten die waarden paradoxale dingen als “kritisch nadenken”, waarvan de bedoeling is dat het systeem stukje bij beetje kan verbeterd worden.

Revolutie is romantisch, evolutie is beter

Het hele onderwijssysteem veranderen in één ingreep is onmogelijk. Dan stort alles in elkaar, komen er grote protesten en worden zowel politici als onderwijzers de kop van Jut. Daarom moet een nieuw systeem kleinschalig starten, met lokale experimenten. Wat zou zo’n nieuw systeem “zonder vakken” dan kunnen zijn?

Als je schoolvakken analyseert, bevatten die altijd meerdere competenties die op elkaar voortbouwen. Dat geldt ook doorheen verschillende vakken. Je kan bijvoorbeeld niet goed worden in chemie als je geen elementaire wiskunde mee hebt gekregen, en je kan ook niet goed zijn in voordracht als je kennis van talen zwak is. Of hoe ga je een kortverhaal analyseren als je geen enkele notie hebt van elementaire psychologie om de personages te bespreken?

Eén van de mooiste momenten aan de universiteit was voor mij toen ik plots snapte dat literatuur bestuderen nooit binnen de loutere tekst blijft. Je krijgt de historische context mee. Je ziet hoe taal en politiek verweven zijn. Je leert economische theorieën toepassen op een werk dat geschreven werd in een tijd waarin die theorie nog niet eens bestond.

Daarom geloof ik in een systeem dat minder hiërarchisch, stijf en ‘vierkant’ is. Stel je voor dat je 13 bent en je begint aan je eerste jaar op de middelbare school. Je kan kiezen voor aardrijkskunde als vak. Maar van daaruit kan je, eens je de elementaire beginselen beheerst, verder doorvloeien naar geologie, astronomie of klimaatwetenschap. En dat allemaal voor je 18 wordt.

Zo’n nieuw systeem moet natuurlijk stapsgewijs geïntroduceerd worden, te beginnen op de eerste niveaus (of misschien op de allerlaatste, beide richtingen kunnen werken). Zelfs bij erg jonge kinderen is immers al snel duidelijk waar hun interesses en vaardigheden liggen, al bestaan er ook veel laatbloeiertjes.

Een matrix aan vaardigheden

Dit systeem is niet beperkt tot theoretische richtingen. Stel dat je 13 bent en houtbewerking kiest als vak. Van daaruit kan je groeien en als afsplitsing praktische schrijnwerkerij kiezen, of meubelmakerij, of zelfs kunst in houtbewerking. Zo worden vakken niet langer individuele vierkantjes, maar centra die constant in verbinding staan met andere centra. De houtbewerker die kiest voor houtkunst kan doorstromen naar kunstwetenschap. De meubelmaker kan doorstromen naar economie.

Maar zou zo’n systeem niet te veel vergen van leerkrachten? We kunnen toch niet verwachten dat een leraar Nederlands ook nog eens een leraar retoriek, psychologie, godsdienst en marketing wordt? Wel, dat ligt vooral aan hoe leraars opgeleid worden.

Een leerling die vanuit Nederlands springt naar marketing wordt begeleid door een marketeer met een achtergrond in Nederlandse studies. Een student met interesse in religie krijgt les van een welbespraakte priester. Plus: door de toenemende digitalisatie wordt de rol van fysiek aanwezige leraars sowieso minder belangrijk.

In plaats van een muur vol vakjes creëer je zo een hele hoop spinnenwebben met dikke knooppunten, lange draden en fragiele draden. Een leerling kan leren over kunst via Frans of via godsdienst. Of hij of zij kan evolueren naar voedingsleer of naar fysica vanuit een module lichamelijke opvoeding.

Uiteindelijk is het zo dat de maatschappij in elkaar zit. We zitten niet allemaal in kleine vakjes. Iedereen heeft vaardigheden opgedaan die buiten de typische dingen vallen, zoals wiskundigen die amateur-ornithologen zijn, of leraars metaalbewerking die een interesse hebben in scheepvaart. Tenoren van het bedrijfsleven erkennen dit overigens en zien dit als een grote uitdaging – het activeren van talenten, kennis en skills waar typisch niet naar gevraagd wordt bij sollicitaties, maar van belang kan zijn op specifieke projecten.

De horizon is eindeloos

Dit systeem hoeft niet te stoppen en mag idealiter ook niet stoppen als iemand afgestudeerd is. Ook in het professionele leven kunnen er aan deze matrix van communicerende vaardigheden nog nieuwe straten, lanen en gebouwen geknutseld worden. Nu vangt men dit op door extra opleidingen, seminaries en cursussen, maar wat als het standaard ingebouwd zat in het e-onderwijsplatform dat je een leven lang kon meedragen?

Een ander voordeel van dit levenslang bijhouden is dat zo’n platform zich aanpast aan nieuwe inzichten. Als je bijvoorbeeld slaagde voor de submodule van astronomie voor beginners en 15 jaar later doet een ontdekking het beeld over ons zonnestelsel op z’n kop staan, dan worden punten uit die module weggehaald en wordt ze weer ‘geopend’ om je de kans te geven je kennis op te frissen.

Zo voorkomen we ook zoals ikzelf moest meemaken dat een leraar aardrijkskunde anno 1997 nog altijd sprak over “de Sovjet-Unie” en werkte met kaartjes waar Oost-Duitsland nog op stond. Bovendien is volwassenen alert houden ook handig voor hun eigen neuroplasticiteit (het vermogen van de hersenen om nieuwe verbanden te leggen en zichzelf te herschikken). Dat oudere mensen daar slechter in zijn is niet alleen toe te schrijven aan normale veroudering, maar ook omdat ze zelden uitgedaagd worden om nog nieuwe kennis op te doen.

Laatste noten: vakjes en valkuiltjes, ondanks alles

Critici kunnen opmerken dat mijn systeem niet zozeer alle vakken afschaft als dat ze van 50 vakken 5000 minivakjes maakt. Die kritiek zou hout snijden als die 5000 minivakjes niet onderling allemaal afhankelijk waren van elkaar en elkaar zouden versterken.

Een student BSO die vandaag op z’n 18 naar de universiteit wil, heeft een flinke klus voor de boeg om de kloof te dichten wat theoretische voorkennis en studiemethodiek betreft. In het matrix-systeem kan die student tijdens het middelbaar al daar naar toe werken, stapje voor stapje, bijvoorbeeld door bij een horeca-gecentreerde opleiding te kiezen voor modules die zich toespitsen op de geschiedenis van het hotelwezen, tradities in gastvrijheid over de hele wereld, of de plaats van horeca binnen de globale economie. Zo’n student heeft vandaag die keuze niet, tenzij hij of zij die autonoom maakt buiten zijn of haar klasuren.

Eén van de sterkste troeven van het huidige ASO is bijvoorbeeld haar algemeenheid. De achterliggende idee is dat een zo breed mogelijke waaier aan vakken studenten beter voorbereidt voor gelijk welke keuze ze nadien zullen maken. En het is precies die breedheid die iedereen ten goede zou kunnen komen.

Zo’n systeem betekent overigens niet dat leerlingen de matrix moeten kunnen ‘gamen’ (d.w.z. een manier uitdokteren om met zo weinig mogelijk inspanning zo snel mogelijk door het systeem te raken, zoals men soms ziet in grotendeels optionele onderwijsvormen in de VS). Sommige mijlpalen moeten voor iedereen gelijk blijven, zoals de elementaire beheersing van taal, wiskunde en globale algemene kennis.

Een laatste voordeel, tenslotte, is dat studenten zelf kunnen kiezen (en switchen) tussen een hoge graad aan specialisatie die uiteindelijk zal leiden tot een zeer diepgaande expertise op een bepaald vlak (een ultiem voorbeeld hiervoor is hartchirurg), of een hoge graad aan breedheid, die de student maken tot iemand met een panoramisch zicht die zaken kan verbinden uit de meest uiteenlopende sociale en economische segmenten (het beste voorbeeld hier is een topmanager).

Meer weten?

De ideeën in dit artikel worden onder andere ook, en met praktische voorbeelden voor de kleuterschool, uiteengezet in mijn boek ‘De Nieuwe Staat’, dat ik in 2017 gratis online publiceerde en probeert een antwoord te bieden op de enorme uitdagingen die de wereld moet aangaan op vandaag. De link leidt naar de PDF-versie maar via m'n hoofdwebsite kan je het boek ook in EPUB-formaat downloaden.

Ik ben geen politicoloog, niet verbonden aan een politieke partij of beweging, en ook geen onderwijsdeskundige, maar een zelfverklaarde ‘brede denker’ met een grenzeloze nieuwsgierigheid naar kennis en inzicht, en een beruchte veellezer (van kranten tot kinderboeken en van lijvige romans tot socio-economische white papers).

zondag 23 december 2018

Verslaafd aan kapitaal

Ongebreideld kapitalisme leidt vanzelf tot een plutocratie – een regering voor en door de rijken. We hoeven maar een dikke eeuw terug te gaan, toen rijke mannen meer stemmen hadden in de politieke besluitvorming dan al wie niet kapitaalkrachtig was, dat dit de realiteit was. 

In essentie is kapitalisme dan ook geen vriend van de democratie, als we die definiëren in een maatschappij waar iedereen gelijke rechten en plichten heeft, waar ieders stem gelijk weegt en waar iedereen gelijke kansen (en zorg) krijgt om zichzelf te kunnen ontplooien.
 
Odd bedfellows 
Het komt erg vaak voor dat op het eerste zicht tegenstrijdige ideologieën zich aan elkaar vastklinken om een gezamenlijke vijand te bestrijden. De katholieken en liberalen verenigden zich in 1830 in wat België zou worden om de Nederlanders te verdrijven. Moslima’s kunnen feministen zijn ondanks hun geloof een patriarchale godsdienst. Katholieke priesters in Zuid-Amerika verenigden christendom met socialisme, terwijl ze voor een Kerk-apparaat werkten dat zichzelf monsterlijk verrijkte.
 
In die zin moet ook het verbond tussen de open samenleving en het kapitalisme begrepen worden. Dat was een deal die werkte zolang het kapitaal akkoord ging beteugeld te worden in haar ergste kenmerken en mee bij te dragen aan een meer open en gelijke samenleving. Tenslotte plukten ze overal ter wereld ook de vruchten van elkaar. Arbeiders met hogere lonen hebben meer koopkracht, wat kapitalisten ten goede komt, en beter opgeleide werknemers zorgen voor efficiëntere en slimmere ondernemingen.
 
Het kapitaal als onbevlekte ontvangenis 
In de jaren ’90 begon de stormachtige opgang van China als wereldmacht, terug van weggeweest. China bewees dat kapitalisme ook werkt – inclusief sommige van haar voordelen – zonder democratie. Op het eerste zicht een paradox voor een nominaal communistisch land. Maar kapitalisme heeft nooit problemen gehad met onvrije samenlevingen, zoals de Zuid-Amerikaanse junta’s, het Italiaanse fascisme of het Duitse nazisme. Voor het kapitaal is een dictatuur prima zolang haar primaire missie niet aangetast wordt.
 
In de late jaren ’70 begon de opmars van het neoliberalisme met iconen als Thatcher en Reagan. Jaar na jaar, de occasionele beurscrash niet te na gesproken, zijn sindsdien de winsten van aandeelhouders en speculanten altijd gestegen. Ze kregen daarbij ruim baan van kapitaalvriendelijke politici die geloofden in de magie van de ‘trickle-down economics’, het idee dat als rijken rijker worden, ze meer geld zullen uitgeven en dat dat iedereen ten goede komt. Het omgekeerde is helaas waar en die theorie is niet meer dan een dogma dat op dezelfde hoogte staat als de onbevlekte ontvangenis.
 
Een gewoonte wordt een verslaving 
Vele rijken delen één belangrijk kenmerk: ze willen enkel rijker worden, ook al hebben ze bezittingen en geld die voldoende zijn om tientallen, zoniet honderdtallen mensenlevens te kunnen voltooien zonder nog één dag te moeten werken. Voor hen is het kapitalisme een verslaving, net als sommige mensen verslaafd zijn aan alcohol of drugs. Steeds op zoek naar de volgende roes, de volgende cash-out van een aandeel, de volgende triomf ten koste van anderen.
 
Het is duidelijk dat het Westen deze verslaving niet langer onder controle heeft. Overal zijn de lonen gestagneerd en groeit de kloof tussen arm en rijk. Regeringen onderwerpen armen, werklozen en zieken aan draconische maatregelen maar blijven steeds guller worden voor mega-multinationals en hun schimmige postbusbedrijven, als één of andere partner van een drankverslaafde die hoopt dat meer wijn geven zal leiden tot een doorbraak in het gedrag van de verslaafde partner. Of de partner is zelf verslaafd geworden, aangestoken door de roes van het geld. Alleen zoiets verklaart hoe cumul- en mandatenkoning in Antwerpen Koen Kennis (N-VA) ooit durfde beweren dat €7.000 netto per maand vangen een modaal loon is.
 
Democratie als hors d’œuvre, fascisme als toetje 
Het kapitaal heeft geen democratie nodig. Overal in het Westen zijn rechts-radicale partijen in opkomst, aan de macht, of bepalen ze mee de agenda van traditioneel rechts. In de eindeloze honger naar meer winst en meer geld steunen de Amerikaanse gebroeders Koch netwerken als Fox News, die constant inspelen op angst en mensen tegen elkaar opzetten. De hardvochtige neoliberale agenda’s van de Britse Conservatieven en de accomoderende ‘Derde Weg’-sociaaldemocraten als Blair, Schröder, Dijsselbloem, Hollande of Vandenbroucke hebben het bedje gespreid van neo-fascisten.
 
En het kapitaal heeft daar geen problemen mee. Als de democratie eenmaal opgegeten is, dan zullen de Fernand Hutsen (Katoen Natie), Marc Couckes (voormalig Omega Pharma) en Michael O’Leary’s (RyanAir) de fascisten graag zien komen. Immers, fascisten haten vakbonden, gelijkheid en zelfs eenvoudige feiten. Hun samenzweringstheorieën zijn een ideaal rookgordijn voor de überspeculanten om nog meer te stelen, nog meer mensen te bedotten en nog meer geld binnen te halen, net zoals de lokale caféclown de aandacht wegtrekt van de drinker in de hoek met een groot probleem.
 
De juiste samenzwering 
Vreemd genoeg is er één samenzweringstheorie onder rechts-radicale denkers die juister is dan vele analyses op centrum-links. In haar boek ‘This Changes Everything’ beschrijft de Canadese professor Naomi Klein hoe rechtse types klimaatontkenning aanwakkeren met onder andere de angst dat ecologische bewegingen laten winnen het einde zou betekenen van kapitalisme zoals we het kennen. En dat is juist. De wereld redden zou inderdaad betekenen dat we afscheid zouden moeten nemen van de enorme winsthonger en de massale overconsumptie.
 
Misschien is het dus tijd om afscheid te nemen van het kapitalisme als dominante economische ideologie. Dat betekent niet dat we allemaal communistisch moeten worden of gaan leven op quorn en roggebrood. Wat neoliberalen ook beweren, geen enkele redelijke linkse stem wil dit. Maar wat heel dringend aan de orde is, is de macht terugdringen van de geldverslaafden, hun waterdragers in de media en de politiek, en het kapitaal van de superrijken knippen tot menselijk aanvaardbare proporties. Alleen zo kunnen we een open, vrije samenleving vrijwaren waar iedereen dezelfde kansen en dezelfde zorgen mag krijgen.
 
We delen hetzelfde lot 
Als we beginnen beseffen dat Magda uit Wervik, die zich 30 jaar lang heeft krom gewerkt in een bejaardentehuis, en dat Ismaïl uit Antwerpen die als dagloner in de Antwerpse haven werkt, meer met elkaar gemeen hebben dan met de elite die rondrijdt in tanks van SUV’s en op chique etentjes met politici bespreekt hoe ze winst kunnen maken met het volgende vastgoedproject, dan kan er iets veranderen.
 
Zolang mensen echter blijven geloven dat hun eigen lotgenoten uit zijn op hun wederzijdse ondergang, of hen “alles willen afpakken”, dan komen we nergens. Dan wint de kapitaalverslaafde dronkaard en heeft het hele café naderhand niks meer te drinken omdat alles op is. In een positief scenario helpen we de superrijken (hardhandig als het moet) af van hun verslaving, en zien ze in dat hun eerlijke bijdragen aan de maatschappij hen ook betere mensen zullen maken, meevoelender en gelukkiger. Als die dag komt, worden ze helden van de wereld. Hoe mooi zou dat niet zijn?

donderdag 15 november 2018

Het griezelhuis dat online daten heet

Intussen heb ik al een vrij indrukwekkende catalogus opgebouwd aan ervaringen met online daten. Als heteroman heb je natuurlijk het geluk dat je niet geconfronteerd wordt met een eindeloze stroom aan dickpics, grofgebekte boeren, horkerige vrouwenhaters of opdringerige zieligaards die 10x "hi" blijven herhalen.

Ook hoeven wij op dates zelf ons weinig zorgen te maken over mogelijke verkrachters, bijlmoordenaars of ander ongein.

Waar je als man wel last van hebt, is dat de meeste vrouwen doorgaans eerder naar redenen lijken te zoeken om je niet rechts te swipen of aan te spreken, wat een gevolg is van hun overbevraagd zijn op datingapps en -sites. Dus dan probeer je boven de middelmaat uit te steken en investeer je energie in een leuk profiel met goede foto's, wat humor en originaliteit. Maar dan stelt de realiteit vaak teleur. Blijkt dat vrouwen voor hun profielen vaak even weinig moeite en denkwerk willen doen als de hordes mannen die enkel maar thirsty kunnen doen.

Hier zijn de vaakst voorkomende teleurstellende profielen:

  • Sylvia Van Der Selfie: Sylvia heeft 8 foto's waarop ze telkens hetzelfde gezicht trekt onder een steile hoek, met diverse vormen van over- of onderbelichting en/of een gigantische zonnebril.
     
  • Levenswijze Leen: Digitaal ingelijste "inspirerende" citaten die al honderd keer herkauwd zijn, meestal in dubieus Engels, compleet af met een foto van Leen die ergens peinzend over het strand loopt.
     
  • Carmen San Diego: Enkel groepsfoto's van een roedel vriendinnen die op elkaar lijken. Het is aan jou om te raden wie de prospectieve dater is!
     
  • Trashy Tina: Er is niets mis met een verleidelijke pose of een sexy jurkje, maar bij Trashy Tina clasht dat vooral met de achtergrond. Groezelige, onopgeruimde slaapkamer, een rondslingerende hond of desnoods mémé op de achtergrond, voor Tina kan dat allemaal.
     
  • Suzanne de Springster: Niet zozeer een profieltype maar een plaag in online dating. Een foto waarop de dame in kwestie in de lucht springt, bij voorkeur ergens op vakantie. Bonuspunten als alle vriendinnen tegelijk in de lucht springen. Heel origineel.
     
  • Goedlachse Gloria: Dit gaat niet over foto's maar de profieltekst. Ik weet dat het moeilijker is voor zware vrouwen en de wereld behandelt hen vaak zeer onrechtvaardig. Maar hou alsjeblieft op met "goedlachs" te gebruiken als een eufemisme voor "overgewicht".
     
  • Smeltende Sandra: Het is verstandig dat je eerste foto je beste is. Het is minder verstandig als de volgende foto's telkens een grote stap achteruit zijn om op het einde te eindigen bij een persoon die helemaal niet meer lijkt op de eerste foto.
     
  • Karen Kindjes: Het is normaal dat sommige vrouwen nu eenmaal al kinderen hebben en het is juist mooi en eerlijk als ze daarvoor uitkomen. Tenzij het is met een zin als "MIJN KINDEREN ZIJN MIJN UNIVERSUM!". Dat is een anti-afrodisiacum om u tegen te zeggen.
     
  • Hilde Hondjes: De zus van Karen Kindjes. Bijna elke foto heeft de hond en vaak zijn er zelfs foto's van enkel de hond, alsof je eigenlijk de hond gaat daten. Een gevaarlijk nichtje van Hilde is Petra Paarden. Te mijden als de pest.
     
  • Anna de Analfabete: Geen profieltekst. Niets. Niet iedereen heeft een innerlijke Hugo Claus, maar het is verdomd moeilijk om een leuk aanknopingspunt te bedenken voor een gesprek als je op zoiets stuit.
     
  • Fien de Fotoloze: Misschien schaamt Fien zich dat ze een datingsite of datingapp gebruikt en is haar foto daarom een rozenstruik. Misschien komt Fien enkel even snuffelen en wil ze helemaal geen date. Misschien is het Maybelline.
     
  • Olivia One-Shot: Eén foto. Daar moet de hoopvolle ridder het mee stellen. Vaak is het dan nog een close-up of een foto die wat bewerkt lijkt. Eén foto zegt meer dan duizend woorden, maar roept vooral erg veel vragen op.
     
  • Pauline de la Pixelle: JPEG-artefacten galore! Pauline komt recht uit Geocities van 1996 gestapt met een foto die zo laag is qua kwaliteit dat je haar met moeite kan onderscheiden van de tafel en de wolken.
     
  • Vanessa's Vriendinnen: Ik begrijp dat het soms vervelend kan zijn als mannen een vriendin van jou leuker of knapper vinden dan jezelf. Maar je hoeft dat niet over je af te roepen door je mooiere vriendinnen mee op foto te nemen.
     
  • Zita Zondergezicht: Een variatie op Fien De Fotoloze, vaak met het haar allemaal voor het gezicht of enkel shots van de rug. Waar denk je dat ik tegen ga praten?
     
  • Evelien Ex: Is het niet mogelijk om een foto te nemen waar de kersverse Ex-Meneer Evelien niet op staat? Bonuspunten als zijn gezicht weggekrast of uitgevlakt is, dat komt helemaal normaal en helemaal niet als crazy of psychotisch over.
     
  • Brenda Banaliteit: Ik lach graag maar ik kan ook serieus zijn. Ik hou van gezond eten maar ik ga ook graag goed feesten. Reizen en sport zijn fijn maar soms ben ik ook gewoon lui! Brenda is een uniek sneeuwvlokje.
     
  • Quirky Quirine: Paars- of blauwgeverfd haar, een 'gekke' pose bij een monument, een foto van een te gek verkleedfeestje waarin ze een skatende giraf was - we hebben hier te maken met een ~zotte doos~ maar ik zie het verdriet in je ogen.
     
  • Lena Lystjes: De antipode van Anna de Analfabete - ellenlange profieltekst die gedetailleerd en exhaustief alle muziek-, film- en boekvoorkeuren oplijst, met vaak daarbij nog een waslijst aan eisen en rode lijnen. Bonuspunten als gelijk ook alle voedselallergieën en politieke standpunten toegelicht worden.
     
  • Greta Geist: Je hebt een klik, er wordt wat over en weer gebabbeld, en dan vraag je om iets te gaan drinken. Een eindeloze stilte gaapt je aan, alsof Greta plots beseft dat ze op een datingsite zit en helemaal niet wil daten.
     
  • Camilla Catfish: De faker. Foto van een beroemdheid, een model uit een modeblad of zelfs een pornoster. Misschien stiekem een masturberende man, misschien iemand die gewoon aandacht wil. Trash is het in elk geval.