Over 'Onklare taal'

'Onklare taal' is de verzamelnaam van diverse tekstprojecten van mijn hand. Dit is de afdeling opiniestukken daarvan, want God weet dat er daar nog niet genoeg van bestaan. Mocht je je bij het lezen ervan afvragen: "kritiek hebben kan je wel, Anton, maar heb je ook oplossingen?" dan kan je 'De Nieuwe Staat' voor €0 downloaden. De weg een beetje kwijt? Mijn eigenlijke website, die ook 'Onklare taal' heet, verwelkomt je.

zondag 19 februari 2017

Een open brief aan de boze blanke m/v



Beste boze meneer (of mevrouw),

Regelmatig lees ik in Nederlands- en Engelstalige media dat we meer naar u moeten luisteren. Dat we uw sociale en politieke grieven serieus moeten nemen in plaats van er onmiddellijk één of ander ‘isme’ op te plakken. Ook onder progressieven klinken steevast geluiden dat we moeten verstaan dat er een grote groep mensen is in de samenleving die bang is van globalisering. Wat moeten we aan met buren die een onverstaanbare taal spreken en vreemde gewoontes hebben? Is er nog jobzekerheid als een bedrijf plots kan beslissen om de productie te verkassen naar Bangladesh en de winsten te parkeren op een rekening op de Bahama’s?

Welnu, ik heb begrip voor uw situatie. Ik snap dat het confronterend kan zijn om in een wijk in Brussel plots constant Arabisch te horen, en hoe groepjes stoere jongens in trainingsbroeken steeds uit kunnen lijken op iets dat niet deugt. Of dat de media u voortdurend bang maakt van verandering. Dat u eens zucht als feministen aan het woord komen en u zich afvraagt of u ook geen problemen hebt. Of dat u met lede ogen passeert aan één of andere pop-uptent vol hippe mensen terwijl u zich afvraagt of u al de rekeningen gaat kunnen betalen volgende maand.

Maar hier komen we aan de kern van de kwestie. Die mensen die u zo verdacht vindt, zijn in principe uw lotgenoten. De familie Syrische vluchtelingen van twee straten verder wil net zo goed als u een waardig bestaan. U bent jarenlang overspoeld met propaganda en anekdotes over “profiteurs” dat ze u opgezet hebben tegen al wie anders is dan uzelf. U bent armer geworden omdat u geloofde in krasse uitspraken van politici die de stal wel eens zouden uitmesten, maar enkel gedaan hebben aan schaamteloos dienstbetoon aan de banken, de rijken en zichzelf.

Zolang u blijft geloven dat we uw situatie moeten begrijpen maar in de pijnlijke toestand van andere groepen enkel kwade wil, complotten en misdaad vermoedt, zullen we verdeeld blijven en zal u blijven in de val trappen van de sterke man die alles beter zal maken. Die is er niet. De weg uit onze vele problemen is helaas moeilijk en complex.

Ik erken uw menselijkheid en uw boosheid. Maar erkent u die van een vrouw die op een vergadering telkens “grapjes” moet horen dat ze maar eens de koffie moet gaan zetten? En verstaat u dat Ibrahim zich uitschot voelt als niemand reageert op zijn sollicitatiebrieven omwille van zijn naam? Of zit u direct weer te grijpen naar excuses om geen begrip te tonen (“ze liegen!”, “hij wil niet werken!”, “ze moeten er maar tegen kunnen!”)? Dan bent u geen haar beter waar u anderen van beschuldigt. Begrip is een tweerichtingsstraat.

Laat ik het nog eens over een andere boeg gooien. Als u op straat beroofd wordt en de dader nog eens een kleurtje had ook, begrijp ik waarom u zich onveilig gaat voelen of gaat denken dat het misschien “allemaal dezelfde” zijn. Maar die gauwdief liet niet uw energiefactuur stijgen terwijl uw energieleverancier monsterwinsten maakt. Het is niet die dief die u liet betalen voor de hebzucht van de banken. Als u een sociaal probleem ervaart, moet u kijken naar wie macht heeft. En dat is niet de beruchte ‘Linkse Kerk’ (waar in Europa is links aan de macht?) en zeker niet de groeiende massa armen die de touwtjes niet aan elkaar geknoopt krijgt.

De enigen die u iets “afpakken” zijn de rupsjes nooitgenoeg van de 1% die er hun vrienden cadeaus mee uitdelen. Zwarte Piet die roetvegen krijgt in plaats van karikaturale make-up die een Afrikaan moet voorstellen, is niet “onze cultuur” die vernietigd wordt. Wetten die het mogelijk maken zonder proces mensen uit het land te gooien, dat is “onze cultuur” die wordt verwoest, want dat zet de deur open om ook uw rechten verder te ondergraven.

U bent het volk, wij zijn het volk, en de vele andere mensen waar volksmenners u voor oproepen om “in verzet” tegen te komen, zijn ook het volk. Ik toon graag begrip voor uw ergernissen, uw situatie en uw context, maar zo lang u blijft geloven in de leugens die u opgelepeld worden (o.a. over de onbestaande “islamisering”) en u weigert om ook maar een morzel begrip te tonen voor vele anderen die worstelen met de complexiteit van alledag, dan veroordeelt u zichzelf en misschien zelfs de maatschappij tot verdere isolatie. Sommige van de vijanden die u vandaag meent te zien, zouden wel eens uw beste vrienden kunnen worden, terwijl de leiders in wie meent uw vrienden te zien, dat eigenlijk nooit zullen zijn.

donderdag 19 januari 2017

12x beter schrijven

Professioneel schrijf ik al 10 jaar, en als het komt op allerlei types teksten waar geen centen mee te rapen vallen, vier ik dit jaar mijn 25-jarige jubileum. Natuurlijk waren de teksten die ik als negenjarige pende van een dubieuze kwaliteit. Maar ik schrijf ook beter dan toen ik 15 was, 18 of zelfs 25. Je blijft immers evolueren. Vandaar dat ik graag mijn ervaring deel in hoe je beter kan worden als schrijver. Ik zou niet durven beweren dat mijn tips universalia zijn, maar laten we ook niet te veel onder de indruk zijn van de valse stralenkrans van romantiek die rond het schrijven hangt, alsof goed kunnen schrijven iets is wat volledig gewapend aan je verstand ontspruit.

1. Blijf lezen

Het klinkt als een no-brainer, maar ik kom geregeld mensen tegen die gedichten pennen maar er nooit zelf lezen. Hoe kan je dan verwachten dat je er beter in wordt? Er waren inderdaad schrijvers die zelden lazen en toch heel goed waren, maar de kans is bijzonder klein dat je Dylan Thomas of Paul Snoek bent. Lees, en lees vooral divers. Het houdt je brein soepel en geeft je een reservoir van trucs, wendingen en woorden waar je zelf ook uit kan putten.

2. Soms is goed genoeg goed genoeg


Ik hoor het vaak van mensen die overwegen om te schrijven: "daar ben ik te perfectionistisch voor". Ze doen het liever niet in plaats van een slechte tekst te schrijven. Maar ooit moet je die drempel over. Het is enkel door het te doen, dat je beter kan worden. Le meilleur est l'ennemi du bon.

3. Durf feedback vragen


Beter worden zonder feedback is moeilijk, omdat je enkel je eigen maatstaf kan hanteren. Eén van de ergerlijkste reacties die je kan krijgen op een tekst is "wel leuk", hoe goed die reactie ook bedoeld is. Constructieve critici vind je vast in je eigen sociale kring, of desnoods in een kennis op sociale media. Hou ook in gedachten dat elke kritiek, hoe gefundeerd ook, verweven blijft met persoonlijke opvattingen. Je SF-epos laten lezen door een liefhebber van doorwrochte stream-of-consciousliteratuur is vrij beperkt in zijn nut.

4. Schrijf minstens vier dagen op zeven

Elke schrijver heeft zijn of haar eigen methode, maar bijna allemaal zijn ze het er over eens dat als je wil blijven evolueren, dat je simpelweg ook moet blijven schrijven. Dat geldt voor zowat alles waar je goed in wil worden. Onder schrijven valt niet enkel een pagina breien aan je verhaal of dialogen in elkaar zetten, maar ook redigeren en structureren. Daarover gesproken...

5. Structuur, structuur, structuur

Een tekst die minder dan 3.000 woorden bevat kan min of meer spontaan ontstaan, maar voorbij die grens wordt het nodig om structuur aan te brengen, desnoods nadat je geschreven hebt. Er bestaan uiteraard woeste genieën die er in slagen om een hele roman uit hun mouw te schudden zonder bewust na te denken over de structuur ervan, maar dat zijn meestal mensen die al héél wat geschreven hebben en bij wie indelingen en onderverdelingen bijna vanzelf gebeuren omdat het in hun muscle memory zit.

6. Je stijl is een visitekaartje

... en visitekaartjes zijn belangrijk, maar niet alles. Vorm boven functie kiezen is inhoudsloze krullendraaierij en dat gaat mensen na een tijdje op de zenuwen werken. Maar je stijl speelt een grote rol in hoe je "stem" klinkt in de hoofden van je lezers. Stijl is ook iets veranderlijks. Zo gedijt een verhaal waarin de plot erg centraal staat, beter bij een stijl die niet bijzonder veel franjes heeft, maar zal diezelfde stijl voor de omschrijving van de denkwereld van een schilder misschien veel minder toereikend zijn.

7. Stap uit je comfortzone

Conventionele wijsheid zegt dat je best schrijft over wat je best kent. Als bezadigde, kinderloze vijftiger schrijven over het leven van een twintigjarig meisje dat een nachtvlinder is, wordt al snel een oefening in de potsierlijkheid. Maar het loont om toch één à twee stappen uit je comfortzone te komen. Zo leer je bij en bots je op je grenzen, waarna je die misschien een beetje kan verleggen.

8. Meer zeggen met minder

Een voldragen schrijver schrijft niet per se minimalistisch, maar heeft wel een goede reden voor elk woord. Twee onzekerheden kunnen een potentieel goede tekst onaangenaam maken: ofwel is de schrijver bang dat mensen hem of haar niet gaan begrijpen en komen er veel te veel woorden aan te pas om iets te zeggen wat kan gezegd worden met veel minder, ofwel wil de schrijver zo'n verpletterende indruk maken dat hij of zij zinnen volstouwt met allerlei gezochte woorden, wendingen en metaforen.

9. Couleur locale mag


Vooral Vlamingen hebben hier last van. Uit schrik om over te komen als, nu ja, een Vlaming, gaan ze een soort über-Nederlands hanteren waarover Tom Lanoye zich graag vrolijk maakte in 'Sprakeloos', toen hij zei dat een Vlaming onmiddellijk transformeert tot een ambtenaar als hij een tekst moet schrijven. "Nonkel heeft goesting in fruitsap" is inmiddels ok, en het kan de soepelheid van een tekst ten goede komen.

10. Ken je stokpaardjes

Probeer eens niet te schrijven over bepaalde thema's waar je vaak op terugkomt. Of niet te vervallen in wendingen te hernemen die eerder succesvol bleken. Mijn vroege kortverhalen eindigden bijvoorbeeld steevast in (zelf)moord. Het is nog steeds een plotingrediënt dat ik graag gebruik, maar ik hou me er even vaak zeer bewust van weg.

11. Origineel zijn is een plus, geen must

Dit is eigenlijk een uitbreiding van puntje 6. "Alles is al gedaan, alles is al gezegd," is een vermoeid, vermoeiend en vaak herhaald credo, en het berust enigszins op waarheid. Jezelf uitsloven om de origineelste te zijn is vaak een negatieve spiraal. Er is niets mis met een solide, klassieke tekst.

12. Ontwikkel een poëtica

Waarom vind je goed wat je goed vindt? Waarom lees je bepaalde auteurs niet graag? Denk hier eens ten gronde over na en probeer uit te vissen wat voor jou echt belangrijk is in een tekst. Dit is het spiegelbeeld van een andere conventionele wijsheid, die zegt dat je als schrijver enkel teksten moet schrijven die je zelf graag zou lezen.

vrijdag 6 januari 2017

En het spiegelpaleis, het draaide rond

Op 2 januari maakte ik een screenshot van een opiniestuk van filosoof Maarten Boudry op Knack, wiste ik de hoofding en de kop, en verving die door een onzinnige boodschap waar onder andere de woorden "pipi, "kaka" en "snottebellen" in voorkwamen. De concrete aanleiding was zijn aan alle kanten rammelende aanval op de PVDA die in De Morgen verscheen, kort nadat er vanuit liberale en Vlaams-nationalistische hoek ook dergelijke geluiden waren gekomen.

Sappig biefstukje

Toegegeven, het was een cheap shot om mijn frustratie te uiten over de vanzelfsprekendheid waarmee Boudry al maanden een podium krijgt om zijn dubieus opgebouwde en in toenemende mate feitenvrije opinies zonder veel tegenspraak te kunnen debiteren. En allicht was mijn slecht stukje MS Paint onopgemerkt gebleven, was ik niet gekapitteld door Joël De Ceulaer, die me retweette en dat als aanleiding te gebruikte om te zeggen dat links even "degoutant" kon zijn als rechts.

Voor rechts Twitter was het alsof de honden plots een sappige biefstuk waren toegeworpen. Ik kan begrijpen dat als mensen "kaka" en "pipi" lezen in hun eerste digitale kennismaking met iemand, dat ze aannemen dat die persoon misschien een idioot is. De Wet van Poe zegt immers dat satire zonder duiding niet te onderscheiden is van een oprecht stuk. Maar in tijden waarin mensen op Facebook zonder schaamte durven pleiten voor genocide, dat gelijkstellen met wat scatologisch vertier? Onzin.

De vloek van de politieke correctheid

De dagen nadien bleef de frietketel lustig pruttelen, met als orgelpunt op 6 januari een dubbelinterview in De Tijd met Boudry en ex-reclamemaker Guillaume Van der Stighelen, die intussen een soort tweede Rik Torfs geworden is, een paterfamilias wiens bon mots wijd en zijd lijken beschouwd te worden als diepzinnig. Even dit: ik ben er zeker van dat Maarten Boudry een door de wol geverfde specialist is in zijn vakgebied en ik erken dat Van der Stighelen oprecht is in zijn verlangen naar een betere wereld. Maar dat maakt nog niet dat ze niet volslagen verkeerd zijn in wat ze uitkramen in De Tijd.

Eerst en vooral moeten we eens komaf maken met het idee dat politieke correctheid zo'n vloek is die op ons rust. Pleiten voor meer onbeschoftheid is bijzonder makkelijk als je toevallig allebei witte mannen bent uit de intellectuele elite en nooit in contact komt met de rauwe realiteit van racisme, seksuele agressie of andere vormen van discriminatie en vernedering. Ten tweede, wat vandaag "politiek correct" is, is precies wat er uit hun monden komt. Mensen moeten zich niet zo aanstellen, we zijn te gevoelig, het vrije woord is heilig. Ze komen nog net niet aanzetten met "problemen benoemen", ook al zo'n heilig huisje van de nieuwe politieke correctheid.

Linkse bommetjes, rechtse opmars

Het probleem is overigens niet dat we niet voldoende luisteren naar de stem van de gefrustreerde arbeider (en wie zegt dat racisme daar een groter probleem is dan in de middenklasse?). Het probleem is vooral dat we veel te veel moeten luisteren naar mannen als hen, die weinig interesse lijken te hebben in de status quo uitdagen. Mensen die al jaren tegen de imaginaire windmolens van leer trekken van de Linkse Kerk, een onbestaand instituut waarvan vele progressieven enkel maar kunnen dromen dat het bestond. Op die manier krijgt het getier van extreemrechts een patina van eerbiedwaardigheid.

Overigens, ik weet best dat ook progressief Vlaanderen bommetjes kan gooien, maar verwachten de heren dat links zich mak naar de slachtbank laat leiden? Dat ruikt naar victim blaming. Op de golven van de redeloosheid en de haat is hard rechts overal in het Westen bezig aan een stevige opmars of is het aan de macht. Dat lijkt me een serieuzer probleem dan een paar pipo's zoals ik die zich aan scatologische grollen wagen of Boudry "een gluipkop" noemen. Links blijft in Vlaanderen al meer dan 20 jaar onder de 30% en het is twijfelachtig of PVDA de kiesdrempel zal halen. Rechts haalt routineus scores van meer dan 40% en het Vlaams Belang is moeten radicaliseren omdat de N-VA zo veel van haar originele standpunten heeft overgenomen.

De feiten en de harten

Inderdaad, een stevig publiek debat is belangrijk. Maar, of nu links or rechts, voor mensen die verzinsels aan elkaar kantklossen hoort daar eigenlijk geen plaats in te zijn. Zoals het statement dat de Democraten slechte verliezers zijn. Ik zie het nog voor me, daags na de verkiezing van Barack Obama in 2008, hoe Republikein Mitch McConnel glunderend zei dat hun prioriteit zou worden om ervoor te zorgen dat Obama een "one-term president" zou zijn. Of recent, dat Trump hintte dat hij een mogelijke nederlaag niet eens zou erkennen. Of in 2000, toen Democraat Al Gore zich voor de lieve vrede liet ringeloren door George W. Bush bij het hertellen van de stemmen in Florida.

"Links heeft de feiten, maar niet de harten," hoor je wel eens. Een veralgemening, maar een uitspraak waar je ook veel progressieven zuchtend bij zal zien knikken. Eén van de oorzaken van dat probleem is echter dat rechts gewoon feiten uitvindt om de harten verder aan te stoken. Waarom blijven we dat tolereren? Van onze opiniemakers vind ik dat we meer respect mogen eisen voor de realiteit, en minder badinerende mooipraterij. Anders zal het niet de laatste keer zijn dat hun uitspraken worden gereduceerd tot fecale kunstwerken.

zondag 18 december 2016

Generatieconflicten zijn kunstmatig

Eens in de zoveel tijd verschijnt er een opinie die betoogt dat de ‘millennials’, de jongste generatie op de werkvloer, bestaan uit luie, narcistische en in watten gewikkelde kruidje-roer-me-nietjes. Soms volgt daar de even voorspelbare tegenbewering op die dit probeert te logenstraffen, met vaak nog een veeg uit de pan voor de ‘babyboomers’. Maar het is onzin. Zo ook de mening die managementgoeroe Simon Sinek poneert.

Managementgoeroes dienen sowieso al met een korrel zout genomen te worden. Niet zelden zijn ze weinig meer dan astrologen en vogelwichelaars van de moderne tijd, die met fijn klinkende buzzwords en interessante maar moeilijk te bewijzen theorieën de harten (en portefeuilles) proberen te veroveren van managers en bestuurders. Sinek is een voormalige marketingman en ik ben zelf al tien jaar actief in marketing, dus niets van zulke praktijken is me vreemd.

De apocalyps is nabij

Wat alle generaties verbindt, is dat ze zeuren over de jeugd van tegenwoordig. De Soemeriërs, de Grieken, de Romeinen en de Middeleeuwers kloegen allemaal dat de jeugd geen respect meer had voor normen en waarden en dat de maatschappij spoedig zou ten onder gaan aan de luiheid en de goddeloosheid van het jonge volkje. In die aanklacht zit een verscholen vorm van narcisme: “kijk eens hoe veel beter wij waren”.

Maar het gelaakte “langharig, werkschuw tuig” van de jaren ’60 is nu zelf oververtegenwoordigd in raden van bestuur en de hoogste niveaus van de wereld en de enige doemscenario’s die op korte termijn realistisch zijn, zijn grosso modo het werk van wie nu afgeeft op de jeugd. Het zijn niet de millennials die de oceanen hebben overbevist, gestemd hebben op Donald Trump, jungles hebben kaalgekapt of belastingen hebben opgesoupeerd om het casinokapitalisme te betalen.

Duiven en raven

Maar ook dat is geen faire kritiek. Elke generatie heeft zijn luizen in de pels. De volgende grote massamoordenaar is nu misschien 25 en nog bezig aan zijn opgang in de politieke rangen. En er zijn tal van mensen van goede wil onder wie men gemakshalve als ‘babyboomer’ of ‘generation X’ catalogeert, die hard strijden voor een betere wereld.

De Romeinse satiricus Juvenalis schreef ooit: “kritiek gaat tekeer tegen de duiven, doch verschoont de raven”. Wie dus iets staat te roepen over deze of gene generatie, heeft ofwel zelf boter op het hoofd, ofwel heeft die er iets bij te winnen om makkelijk te scoren op de kap van een groep mensen die zich in de mainstream moeilijker kunnen verdedigen.

Beter samen

Het is een zwaktebod om een generationele trend te veralgemenen en te zien als sociale kwalen. Als millennials al luier en hedonistischer zijn dan hun ouders – waar ik overigens nergens harde bewijzen van zie buiten opgeklopte paniekzaaierij – dan is dat een reactie op een maatschappij die ze zelf geen vorm hebben gegeven. Procentueel gezien ligt het zelfmoordcijfer inderdaad hoger bij de millennials, maar dat is misschien ook omdat er weinig mensen zijn van 25 die sterven na uit te glijden in bad.

Nee, een generatie wegzetten als problematisch is negeren dat we over de generaties heen samen veel meer delen dan dat er ons verdeelt. Ik ben de voorvechters van meer gelijkheid en rechtvaardigheid van vroeger erg dankbaar en ik zet met plezier hun strijd verder. Hokjesdenken is nefast voor samenhorigheid en warmte in de samenleving. Zoals zo veel mensen heb ik mijn waarden, zoals hard werk en opkomen voor anderen, mee van mijn ouders, en als ik zelf mag veralgemenen, denk ik dat er weinig jonge mensen zijn die van thuis uit “luiheid” en “narcisme” hebben meegekregen als prima ideeën. Jongere collega’s van me zijn vaak gedreven, ambitieuze en competente mensen geweest die iets wilden maken van hun leven.

Passeren aan de kassa

Ik vraag me af in hoeverre Simon Sinek de laatste jaren nog eens op een echte werkvloer gestaan heeft. Dat Sinek, en met hem zo veel andere tendentieuze opinieerders die in hun bubbel leven van kaderleden, conferenties en glazen torens, een groep mensen waar ze zelf weinig contact mee hebben van narcisme betichten terwijl ze zich dik laten betalen als marketingsterren, lijkt me een bijna komisch geval van projectie.

zaterdag 3 december 2016

Niets zo politiek correct

Een gegeven boek kijk je niet in de kaft. Toen een vriendin me 'Kijk niet zo, konijntje' schonk van Marnix Peeters, trok ik een sceptische wenkbrauw op. Ik had weliswaar nog geen boek van Peeters gelezen, maar uit zowat alles wat ik wist over zijn oeuvre, dacht ik niet dat ik zijn boek graag ging lezen. Mijn vooroordeel over hem was dat hij een soort Brusselmans van den Aldi was die probeerde om zijn eigen kwalijke meningen weg te stoppen achter het toverwoord "ironie". Maar, beloofde ik de vriendin, ik ging het boek een eerlijke kans geven. Tenslotte verdient het dat ook.

Die 'eerlijke kans' duurde 64 pagina's voor ik het boek dichtklapte. Ik ging online op zoek naar recensies om te zien of ik alleen stond met mijn mening, en daar ziet het er precies naar uit. 'Kijk niet zo, konijntje' is een soort vervolg op 'Natte dozen', waarin Peeters de gefrustreerde, oude fascist Oscar Van Beuseghem opvoert, deze keer in briefformaat. Vele recensenten spreken over "lachsalvo's" of nemen het intussen ergerlijke woord "hilarisch" in de mond. De teneur is dat hoewel Van Beuseghem een compleet fout personage is, er toch wat af te lachen valt met zijn hyperbolische brieven. Dit is het aantal keren dat ik moest lachen: 0.

Voor wie mij niet persoonlijk kent: ik sta bekend als een al bij al vrij geestige man. Ik heb in het verleden niet onaardige satire bedreven en ik kan nog altijd lachen om klassieke Britse comedy zoals 'The Fast Show', 'The Office', 'The Green Wing' of 'Miller & Armstrong'. Ik vraag me af waarom zo veel mensen Peeters grappig vinden. Want de vorm van humor die zijn Van Beuseghem bedrijft, is gewoon een super-sized versie van de gemiddelde reaguurder op HLN.be met een iets rijkere woordenschat. Wat is er grappig aan pagina na pagina te lezen over "negers", "vette koeien" en een stortvloed van beledigingen aan het adres van al wie geen heteroseksuele witte man is?

Eén van de eerste dingen die je leert als iet of wat ingestudeerde lezer is dat je de auteur niet mag gelijkschakelen aan zijn of haar personages. Brett Easton Ellis is zelf geen psychopaat, Vladimir Nabokov was geen pedofiel en Roberto Bolaño zat niet stiekem masturberend 'Mein Kampf' te lezen. Maar deze drie schrijvers hadden iets te vertellen met hun afdalingen in de psyches van duistere personen. Bij Peeters heet het "een spiegel voorhouden", maar het enige dat ik zie in de spiegel, is dat blozende kopje van Peeters zelf, die gniffelt dat hij dat toch allemaal heeft durven opschrijven, dat hij de politiek correcte goegemeente toch maar weer een ferme neus gezet heeft. Welnu, beste Marnix Peeters: er is niets, werkelijk niets zo politiek correct als in het Westen een bak stront kieperen over minderheden en elke groep die enigszins macht bezit, compleet buiten schot laten.

Ik laat ook nog even buiten beschouwing dat het allicht Peeters was die een dik jaar geleden schuilging achter een reeks literaire tirades die voornamelijk gericht waren op het afbreken van het uiterlijk van jonge schrijfsters. Hij heeft altijd ontkend dat hij het was, maar laten we elkaar geen Liesbeth noemen. Peeters geniet de bescherming en promotie van een groepje mediamensen en ex-collega's die zichzelf vermoedelijk vrij links vinden omdat ze Ronny Mosuse een toffe vent vinden en hun vrouw niet slaan, maar die ver buiten de realiteit leven van wat het betekent om dag in dag uit te moeten opboksen tegen een sociale orde die doordrenkt is van allerlei -ismen.

'Kijk niet zo, konijntje,' is die vervelende moppentapper op café die een enorm racistische mop vertelt, zegt dat het "ironie" is en diezelfde mop in diverse variaties nog 30 keer herhaalt. Het is de foute Obama-speculaas, maar dan geproduceerd op industriële schaal. Het is de onnozelaar die "slikken, slet" brult als student op een cantus, maar dan 40 jaar later aan zijn bureau. Het is één oprisping van gal tegen het revolutionaire idee dat ook mensen die geen witte, heteroseksuele mannen zijn, misschien even zo goed personen zijn.

Valt er nog wat te redden aan het boek, eigenlijk? Is het goed geschreven? Niet echt. De stem die Van Beuseghem meekrijgt, is niet pedant genoeg om een snoeverige reactionaire intellectueel te zijn, en niet volks genoeg om aan het kaliber te kunnen van een toogfascist. Alle vergelijkingen liggen enorm voor de hand. Met taal en stijl worden geen spannende dingen gedaan. Vermoedelijk heeft Peeters zich nu en dan laten inspireren door de 'viezentist'-episode van Louis Paul Boon, maar als hij tot aan de enkels komt van Boon, mag hij al blij zijn. Plus: Boon kwam er voor uit dat hij een vies ventje was. Peeters verschuilt zich achter het vijgenblad van de ironie.

In mijn onuitgegeven roman 'Fragmentariërs' schreef ik vorig jaar dit: "Ze zeggen altijd, “die Brusselmans, je moet het hem toch nageven”. Of, “die Brusselmans, die kan ondanks alles een aardig stuk schrijven.” Dat zou geen zinnig mens mogen ontkennen, en wie zich in de jaren ’90 stoorde aan zijn vuilschrijverij, belandde precies in de lappenmand waar Dirty Old Herman ze wilde. Toch valt er wat af te dingen op zijn werk en op dat van sommige van zijn generatiegenoten, zoals [pdw] of sterjournalist Serge Simonart. Het zijn allemaal misogyne figuren die ik verantwoordelijk acht voor het terug in voege komen van een cool soort vrouwenhaat, alsof alles wat de vrouwenbeweging wenste te bereiken, vanaf 1991 bereikt was, en we rustig terug konden gaan naar vrouwen wegzetten als hysterische miekes en moekes, en dat ze voor de rest vooral mooi moesten zijn en lekker kunnen pijpen."

Maar jammer genoeg heb ik geen uitgever, en Marnix Peeters wel. Blijkbaar verstaat Peeters wel de kunst van zich in de anus wurmen van Vlaamse PDG's van de literaire beau monde die ook het seksisme van de Brusselmansen en de Simonarts plezant vinden, en ik niet. Als dat de prijs is die ik moet betalen om oprecht te blijven werken aan een beter oeuvre dat iets te zeggen heeft, dan betaal ik die graag.

woensdag 28 september 2016

De prijs van de domheid

Om maar onmiddellijk dramatisch pirouettes dansend met de deur in huis te tuimelen: al zowat heel m'n leven, voor zover ik me dat kan herinneren, krijg ik geen greep op de domheid. Omdat iets beweren over intellectuele vermogens zelfs zonder dat je nog maar een groep noemt, al direct enkele heethoofden naar hun toetsenbord doet grijpen, is het misschien best om eerst even te gaan definiëren wat dat nu eigenlijk is, domheid. Wel, daarvoor moet je eerst weten wat intelligentie is. Onder intelligentie heb ik altijd dit verstaan: "de som van iemands concrete en abstracte probleemoplossende vermogens". Een deel daarvan is tamelijk goed meetbaar, een ander deel moeilijk of zelfs niet, ook omdat het relatief is ten opzichte van hoe intelligent je omgeving is. De gemiddelde volwassen Belg is op veel vlakken in vergelijking met zijn proletarische voorvader die elke dag 12 uur in een stinkende fabriek stond te werken, een genie. Maar zet diezelfde Belg in de diepste jungles van Papoea Nieuw-Guinea, en in vergelijking met de Papoea's zal die Belg overkomen als de domste persoon die ze ginds ooit tegengekomen zijn. Een andere wezenlijke component van intelligentie is dus ook kennis.

We lopen nu even het blokje om en komen terecht bij de domheid: de som van onvermogens om met concrete en abstracte problemen om te gaan, plus een gebrek aan kennis. Alvast deze ironisch observatie: wie dit leest, is niet dom. Domme mensen en intelligente mensen leven grotendeels in gescheiden werelden, maar in grote mate wijt ik die scheiding aan die werelden dan aan aangeboren vermogens van individuen. Een oliedomme kroonprins van dit land zal bijvoorbeeld nog steeds begeleid worden door de beste leraren, kennis maken met de wereld en bepaalde vaardigheden aanleren om te kunnen overleven in een omgeving die intelligenter is dan gemiddeld. Aanleg speelt een rol. Je kan een drol maar zo lang polijsten. Maar toch geloof ik, na nu en dan over een periode van meer dan 25 jaar stil te staan bij waarom sommige mensen zo ontzettend dom zijn, dat domheid in de eerste plaats sociaal bepaald is. Bijvoorbeeld in het wereldberoemde 'Freakonomics' staat dat indicator nummer één of een baby zal opgroeien tot een gediplomeerde universiteitsstudent* het diploma van zijn ouders is. Of iemand kan doorstuderen, wordt in hoofdzaak bepaald door materiële omstandigheden.

Maar wacht! Wordt er ook niet vaak gezegd dat er te veel universitairen rondlopen? Volgens de logica van de arbeidsmarkt: min of meer. En zoals de asterisk hierboven aangeeft, zijn sommige universitairen echt reusachtige dommeriken. Daardoor komen we bij het tweede punt over het waarom van de domheid. Doordat het idee leeft dat een diploma waar je langer voor studeert, meer sociale en economische waarde heeft, worden veel mensen gepusht om een traject te volgen dat niet beantwoordt aan hun talenten. Een anekdotisch voorbeeld: ik vind mijn vader een intelligente man. Hij studeerde technisch onderwijs omdat hij daar het meeste affiniteit mee had. Nog steeds is hij een kei in reparaties, machines, verfijnde motorische ingrepen en doe-het-zelf-operaties. Vandaag verdommen veel mensen zichzelf door mee te stappen in een opgelegd hiërarchisch denkkader dat de ene richting boven de andere plaatst, en kunnen ze dommer uit een richting komen dan dat ze erin gestapt zijn. Hoe veel briljante loodgieters zijn we niet verloren ergens in een richting secretariaat?

Ik heb het over twee oorzaken gehad van domheid, maar nu kom ik op gladder ijs. In de persoonlijkheidspsychologie wordt aangenomen dat er een correlatie is tussen de eigenschap nieuwsgierigheid en het kenmerk intelligentie. Dat betekent dus dat domme mensen meestal niet nieuwsgierig zijn. Maar dat wordt volgens mij nog verergerd door een ander kenmerk van wat iemand dom maakt, namelijk dat domheid beneden een bepaald niveau de domme persoon net het vermogen ontneemt om kennis te sorteren en op te nemen. Het is niet dat pientere mensen nu en dan geen gekke dingen geloven of bij de neus genomen worden door desinformatie, maar bijvoorbeeld Nigeriaanse scammers schrijven hun e-mails opzettelijk in slecht Engels omdat enkel domme mensen geen argwaan voelen bij die kromtaal en langer zullen blijven meegaan in het spel. Iemand die wat slimmer is en er initieel toch in zou trappen als de mail foutloos geschreven was, die stapt er al snel terug uit. De scammers weten dat ook en halen daarom een hogere ROI door opzettelijk slecht te schrijven.

Is domheid een maatschappelijk probleem? Absoluut. We leven in de tijd van het dingen moeten benoemen en als we de Niagara aan lifestyle-magazines en -blogs die dagelijks over ons uitgestort wordt zouden moeten geloven, dan is alles aan ons maakbaar (terwijl ik soms ook denk "rot op met je lifehacks en je diëten op basis van piemelkaas"). We lezen over hoe veel depressie ons kost of wat ongezonde voeding betekent voor ons welzijn, maar over de kostprijs van de domheid blijft het oorverdovend stil. Misschien kan men dan geen "oorlog tegen domheid" ontketenen omdat het een containerbegrip blijft en omdat er relatief gezien altijd domme mensen zullen zijn, maar buiten het taboe-elitaire smaakje dat er kleeft aan openlijk de prijs van domheid bespreken, zijn er simpelweg ook veel te veel instanties die wel varen bij de domheid van anderen. Bijvoorbeeld verstrekkers van snel krediet, catfishers of de fraudulente belspelletjes die jarenlang hun gang konden gaan.

Maar er is ook een politieke kost aan domheid verbonden. Al sinds de jaren '20 zijn hard-rechtse bewegingen er als de kippen bij om progressieven te verwijten dat ze de volksgeest en het buikgevoel versmaden. In de jaren '80 was het eveneens rechts dat succesvol de emotie van de witte identiteitspolitiek wist uit te buiten door domme mensen tegen zichzelf te laten stemmen, en voor een herverdeling van de rijkdom van onderuit. Opnieuw is het niet dat er tussen de kiezers van een Ronald Reagan geen intelligente mensen zaten. Bovendien zijn minder ontwikkelde mensen wel degelijk in staat een solidaire en progressieve stem uit te brengen, maar de schaamteloze manipulatie van de ergste excessen die aan domheid verbonden zijn (gebrek aan nieuwsgierigheid, gebrek aan inzicht in het eigen gebrek vermengd met een terecht klassenressentiment) heeft die impuls grotendeels uitgewist. Dit heeft op veel vlakken de sociale vooruitgang in het Westen en zelfs in de wereld enorm veel schade toegebracht.

Nee, het is zeker niet dat betere en juistere informatie presenteren aan racisten hen per se minder racistisch zal maken (soms zelfs integendeel). Maar op fantasmen gestoelde politieke bewegingen kunnen enkel een feitenvrij universum scheppen als de condities er zich toe lenen, en aan die condities kan de maatschappij wel iets veranderen. Nu en dan fantaseren sommige intellectuelen er in besloten kamers over om een cijnskiesrecht te baseren op intelligentie, maar de praktische moeilijkheden ervan daar gelaten, is dat de zaken volledig omdraaien. Het komt er niet op aan om mensen te straffen voor hun gebrek aan kennis of inzicht of hun sociale achtergrond, maar om hen te helpen naar het volgende niveau te komen. Belanden we zo aan bij een rondje ouderwetse en paternalistische volksverheffing? Misschien, een kant en klare oplossing heb ik ook niet, vooral omdat het gaat over een octopus van een probleem die nog niet eens redelijk benoemd kan worden zonder hysterie. Maar het alternatief - de empowerment van domheid - is tien keer erger.

* Er bestaan natuurlijk archiedomme mensen met een diploma van het hoger onderwijs, net zoals er slimme mensen bestaan zonder diploma.

woensdag 31 augustus 2016

De reden dat zo veel Superman-materiaal zuigt is dat Superman zuigt

Zijn er nog mensen die echt fan zijn van Superman? In het uitgebreide pantheon van superhelden, vigilantes en schurken in Amerikaanse comics is Superman dan wel één van de allerbekendste, maar is hij (nog) geliefd? Superman is een onvervreemdbaar deel van de Westerse popcultuur-canon, maar een t-shirt dragen met zijn bekende S is meer een sjibbolet om te tonen dat je een beetje geeky bent dan dat het is om uit te drukken hoe verknocht je bent aan de Man van Staal. Superman is de Beatles van de comic-wereld: in zijn tijd veroorzaakte hij een aardverschuiving omdat hij de eerste was, maar anno 2016 zijn zijn exploten weinig opmerkelijk te noemen als je ze vergelijkt met de helden die na hem kwamen.

Superman is eigenlijk een saaie lul. Alles wat hem mogelijk boeiend maakt, hebben superhelden na hem beter gedaan. Buiten kryptoniet (later daarover meer) is er niks in zijn arsenaal van superkrachten en niks in zijn persoonlijkheid dat garant staat voor een interessant conflict. Ja, hij is een weeskind, maar Batman is veel boeiender in zijn getormenteerde omgang met de gewelddadige dood van zijn ouders. Ja, Superman is supersterk, maar de ramificaties van een razende natuurkracht zijn, zijn beter uitgewerkt - en met meer plezier dan die stoïcijnse Superman - bij de Hulk. Ja, Superman moet zijn identiteit geheim houden, maar dat doet Spider-Man veel ingenieuzer en geloofwaardiger. Ja, Superman heeft superzintuigen, maar Daredevil heeft die ook terwijl hij blind is. Ja, Superman verdedigt "the American Way", maar dat doet Captain America met meer panache en subtiliteit. Ja, Superman schiet energie uit zijn ogen, maar Cyclops doet dat ook en wordt door die superkracht gekweld omdat hij oncontroleerbaar is. De lijst is eindeloos.

De superkrachten van Superman passen ook niet eens echt bij elkaar, maar dat is niet het grootste probleem. Het grootste probleem is dat niets van wat hij doet, aanvoelt als verdienstelijk. Hij is geboren met al zijn eigenschappen en leerde ze dan wel onder controle brengen, hij had er nooit de ongemakkelijke relatie mee die de X-Men hebben met hun mutaties. Je kan argumenteren dat zijn bestaan als Clark Kent grijs is, maar dat is een bewuste keuze geweest. Peter Parker is écht een dork die naar school gaat en Bruce Wayne koos er ook niet voor om Bruce Wayne te zijn. Superman, Kal-El, is wie hij écht is: een goddelijk opperwezen met een haarscherp moreel kompas. Door de jaren heen heeft men geprobeerd nieuwe invalshoeken te verzinnen om Superman boeiend te maken door hem bijvoorbeeld te laten transformeren tot een dictator over de wereld of hem opnieuw uit te vinden door het tegenfeitelijke verhaal te vertellen van wat er zou gebeurd zijn als zijn ruimtecapsule geland was in de Sovjetunie. Niet oninteressant, maar hij blijft wel Superman: een saaie en relatief voorspelbare superheld die op alle vlakken al decennia gepasseerd is door minstens 30 boeiender superhelden.

Dan is er nog kryptoniet, het element dat zijn krachten plots waardeloos maakt. Superman-apologeten zullen beweren dat dan juist zijn persoonlijke sterkte naar boven komt, maar dat gevoel krijg ik absoluut niet. Welke sterktes, dan? Kryptoniet is een zwaktebod en getuigt van de sterkte van Supermans meest hardnekkige tegenstander, Lex Luthor, die zich zonder enige vorm van superkrachten regelmatig met de Man van Staal kan meten. Lex Luthor zou, als hij geen booswicht was, de echte held zijn van Superman: een superintelligente, gedreven en geslepen self-made man die van innoveren zijn core business maakt. Nee, Superman zuigt. Hij heeft een dwaas kostuum in kleuren die nergens op slaan - ook al maak je er een soort schubbenpantser van met een donkerder tint. Zijn dikdoenerige moraliteit is die van een speelpleinopzichter die plots een tank heeft gekregen om kinderen mee te micro-managen. Bijna al zijn tv- en film-adaptaties zuigen, van de campy versies tot de dodelijk serieuze versies.

Superman is het 10de seizoen van FC De Kampioenen geworden, of de 17de reeks van Jerry Springer-shows. Die dingen werden of worden gemaakt uit een soort intertia of een vals gevoel van respect voor een instituut, en mensen consumeren ze misschien om gelijkaardige redenen. Superman is MS-DOS en WordPerfect. Hij is VHS. Hij is DAT-tapes. Hij is voorbij. En al jaren lijkt hij ter plaatse te trappelen boven de leegte zoals een figuurtje uit 'Roadrunner' dat nog niet neersmakt op de grond puur omdat het nog niet merkt dat het geen grond meer onder de voeten heeft.

O ja, en die onderbroek boven spandex: niets kan dat ooit cool maken.

Ga ergens anders zuigen, Superman. Het is genoeg geweest.