Over 'Onklare taal'

'Onklare taal' is de verzamelnaam van diverse tekstprojecten van mijn hand. Dit is de afdeling opiniestukken daarvan, want God weet dat er daar nog niet genoeg van bestaan. Mocht je je bij het lezen ervan afvragen: "kritiek hebben kan je wel, Anton, maar heb je ook oplossingen?" dan kan je 'De Nieuwe Staat' voor €0 downloaden. De weg een beetje kwijt? Mijn eigenlijke website, die ook 'Onklare taal' heet, verwelkomt je.
Posts tonen met het label Vlaanderen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Vlaanderen. Alle posts tonen

vrijdag 26 juni 2026

Zijn we nog geschokt?

Dat tijdens de eerste hittegolf van 2026 twee regeringspartijen de schouders ophalen en zeggen dat klimaatbeleid "niet prioritair" is, Theo "Trump doet slim aan politiek" Francken uitkomt met de hittegolfversie van qu'ils mangent du brioche, en premier De Wevers medeleven met de natie neerkomt op "trek uw plan", is uiteraard om ziedend van te worden, maar zijn we echt verrast? Destijds deed Vlaanderen, met dezelfde bus politici aan het hoofd, ook absoluut niets aan de torenhoge energiefacturen. Ik zou zelfs zeggen dat rechts, met de N-VA op kop, precies spreekt en handelt volgens zijn geloofsovertuigingen. En ze gaan echt niet luisteren naar gedegen argumenten, want dan zouden ze hun hele vekeerde Weltanschauung moeten herzien. 

Nee, de volgende stap, nu almaar duidelijker is dat er geen technofix komt voor het klimaatprobleem, zal "het is toch te laat nu" zijn, muren optrekken, de meubelen van de rijksten redden en de rest aan zijn lot overlaten. Klinkt dat te pessimistisch? Laten we nog eens spreken over 15 jaar.

Zelfs als rechts van de macht wordt verdreven in Vlaanderen, wat op zich al onwaarschijnlijk lijkt aangezien de gevestigde Vlaamse media weigeren om ten gronde kritisch te zijn voor de N-VA terwijl elk beleidsvoorstel van links onder de microscoop wordt gelegd, zijn we er nog lang niet. Vooruit, Groen en de PVDA-PTB horen de klok maar lijken niet te weten waar de klepel hangt. Ironisch genoeg zijn klimaatontkenners altijd veel beter geweest in correct inschatten dat een gedegen klimaatbeleid per definitie het einde zou betekenen van het kapitalisme zoals we dat nu kennen, en een halt zou toeroepen aan de immorele rijkdom van een piepkleine elite die almaar machtiger en rijker wordt. Ontharding, lage-emessiezones, elektrisch rijden en zonnepanelen op daken zijn allemaal goed en wel, maar het is een beetje als je tuinhuis verdedigen tegen een uitslaande brand terwijl enkele meters verderop het hele huis tot op de grond staat af te branden.

Mensen die al jaren aan de alarmbel trekken, van wetenschappers tot schoolkinderen en van activisten tot zelfs bezorgde grootouders, die worden al even lang weggezet als paniekzaaiers, naïeve fantasten of zelfs gevaarlijke vandalen. Tegelijk wordt het onverdedigbare verdedigd onder het mom van "realisme". Het gaat niet eens over de economie, of jobs, want de economische schade die veroorzaakt wordt door de verhitting van de wereld is al jaren groter dan de kosten (eigenlijk: investeringen) om er iets tegen te doen. Het is puur en simpel een combinatie van halsstarrig de kop in het zand steken en de obscene hebzucht te beschermen van de hoogste sociale klassen. 

En we kunnen wel kritiek leveren op de te makke berichtgeving in de media - bijvoorbeeld, artikels over hittegolven waar steeds foto's bij staan van mensen aan het strand of vrolijk spelende kinderen in fonteinen - we mogen tegelijk ook niet vergeten dat die onverschillige politici van ons een mandaat hebben gekregen. De Wever en co zijn geen junta die met een staatsgreep aan de macht gekomen is. Hun antiklimaatbeleid, waar ook coalitiepartner CD&V resoluut achter staat, is geen verrassende stiletto die ze plots vanonder hun toga tevoorschijn hebben getoverd, maar was een deel van hun partijprogramma dat iedereen kon zien. Klassieke wijsheid zegt dat je kiezers nooit met de vinger mag wijzen, maar ik ben geen verkiesbaar politicus en heb geen publiek ambt, dus ga kak fretten. De meeste mensen zijn niet zo dom dat ze niet weten waarvoor (of waartegen) ze stemmen.

Nochtans ben ik geen doemdenker, want doemdenken betekent een (grimmige) vorm van acceptatie dat er geen alternatief is, of dat het alternatief buiten ons bereik ligt. Maar ik vraag me wel af wat er nog voor nodig is dat er een sterke politieke beweging opstaat die de betovering definitief breekt én erin slaagt aansluiting te vinden bij de meerderheid van Vlamingen die niet in een riante, gekoelde villa woont, met privéjets op Deurne vliegt en bezadigd zit te knikken bij de volgende opvoering van de zoveelste intellectuele charlatan die neerbuigend de realiteit van erg veel mensen ontkent. Wat ik wel weet is dat hoe langer het duurt, hoe lelijker de backlash zal zijn. En zullen we dan verrast zijn?
 

donderdag 2 januari 2025

In schaamte kun je niet wonen, maar je kan het wel

Toen ik het boek(je) ‘In schaamte kun je niet wonen’ oppikte, had ik direct een stekelige reactie: “hedendaagse richtlijnen voor teksten schrijven in het Nederlands zeggen dat je ‘kan’ moet zeggen, niet ‘kun’. Hetzelfde met een vorm als ‘je wilt’ – dat moet ‘je wil’ zijn.” Uiteraard is dat puur prescriptivisme. Prescriptivisme is de klemtoon leggen op hoe taal hoort gebruikt te worden, om diverse redenen, niet op hoe taal in werkelijkheid gebruikt wordt. En hoewel ik dat besefte, ergerde ik er me nog meer aan dat de auteur van die boekje een Nederlander is. Dat ligt niet aan die arme man, maar dat ligt volledig aan mij.

Zie je, ik ben in 1983 geboren en behoor vermoedelijk tot de laatste paar honderd moedertaalsprekers van mijn eigen dialect, het Merelbeeks. Hoewel mijn schrijftaal de Belgische variant is van het Algemeen Nederlands en ik net als de meeste Vlamingen doorgaans het Verkavelingsvlaams spreek met collega’s, vrienden en vreemden, is me al van kleins af aan goed ingepeperd dat ik mijn best moest doen om “juist” te spreken en te schrijven. Daar hoorde dat dialect niet in thuis. Integendeel, in de kleuterklas kreeg ik er opmerkingen over. Op de middelbare school vonden sommige vrienden mijn dialect, als ze het toevallig te horen kregen, ronduit “lelijk”. Aan de universiteit had ik één liefje dat zelf in haar lokaal dialect was opgevoed (het Geraardsbergs) maar na enkele rare pogingen om tegen elkaar in het privé onze moedertalen te spreken, die nochtans goed onderling verstaanbaar waren, gaven we het op. Het voelde te vreemd.

Dus zeker in schrijftaal voel ik alsof ik het Algemeen Nederlands verdiend heb door hard werk en studie. Het spreekt boekdelen over het typisch Vlaamse minderwaardigheidscomplex aangaande taal dat ik er trots op ben dat Nederlanders me altijd goed begrijpen zonder dat ik moet overschakelen naar een rare imitatie van een pseudo-Hollands of zonder dat ze zelf switchen naar Engels (zoals jammer genoeg gebeurt met veel andere Vlamingen). Ik denk dat de gemiddelde Nederlander dat niet echt begrijpt. 

Zowel in Nederland als Vlaanderen is er een vreemde spreidstand over taalverandering. Veel Nederlanders lijken uitdrukkingen als “hun hebben” vreselijk te vinden, maar stellen zich tegelijk geen vragen bij frasen als “het probleem die we moeten oplossen”. Vlamingen houden van hun dialecten, maar spreken ze steeds minder. Veel Nederlanders hebben niet door dat Nederlands, net zoals Engels, Duits en Spaans, inmiddels en pluricentrische taal geworden is, terwijl veel Vlamingen zich ten minste in gedachten vastklampen aan een Algemeen Nederlands dat al niet meer bestaat sinds de jaren ’80.

M’n ergernis met “je kunt” of “je wilt” als een Nederlander het gebruikt is dus natuurlijk een kleine frustratie met het gevoel dat ik de regels van de kunst heb geleerd zoals die in een verleden werden voorgeschreven vanuit de Grachtengordel, maar die veel Nederlanders achteloos weggooien, wat mijn inspanningen onnozel maakt. Dubbel zo hard omdat ik kom vanuit een dialect dat zelfs veel van haar moedertaalsprekers minachten: in geen enkele provincie gaan dialecten zo hard achteruit als in Oost-Vlaanderen.

De idee achter prescriptivisme is in wezen niet elitair, maar nobel. Immers, als iedereen dezelfde taalregels zou volgen, dezelfde grammatica, dezelfde uitspraak, dan zouden we elkaar allemaal veel beter verstaan en verdwijnen klasseverschillen. Dan heeft iedereen dezelfde opportuniteiten in studies en in werk. Dat is bijvoorbeeld ook steeds de drijvende factor geweest achter het promoten van het Frans in Frankrijk ten voordele van lokale Franse dialecten en andere talen als het Provençaals, Bretoens, Baskisch, Nederlands, Duits en Catalaans. Dus: je zegt “je kan” en “je wil”, niet “je kunt” en “je wilt”.

Je kan veel aanmerken op Brits en Amerikaans imperialisme, maar het ontbreken van een centrale taalautoriteit in de Engelstalige wereld heeft er mogelijk voor gezorgd dat Engelstaligen niet alleen sneller erkenden dat hun taal pluricentrisch was geworden, maar ook dat regionale en individuele verschillen geen teken zijn van domheid. De normativiteit van de prescriptivisten in het Frans en het Nederlands heeft immers niet gezorgd voor meer gelijkheid, maar juist minder. Want niet iedereen is in staat de normen te volgen omdat sociale ongelijkheid zich steeds doorzet in het onderwijs. Niet iedereen wil(t) die normen volgen omdat sociale stratificatie altijd zal bestaan en individuen vasthouden aan hun afkomst en identiteit.

Is het ook niet bitter ironisch dat zowel het Frans als het Nederlands, allebei talen waarvan de elites die erom geven voelen dat die klappen krijgen, vaak reageren zoals ik deed op die titel van dat boek, terwijl we overspoeld worden met Engelstalige media waarin allerlei accenten en dialecten genormaliseerd worden? 

In het geval van het Nederlands komt er nog een schep bovenop. Veel Vlamingen en Nederlanders beroemen zich erop erg goed Engels te kunnen. Veel universitaire opleidingen in Nederland en in toenemende mate in Vlaanderen (zelfs onder het toeziend oog van zelfverklaarde Vlaams-nationalisten) worden in het Engels gegeven. Zelfs veel cultuurmensen in Vlaanderen en Nederland lezen haast uitsluitend Engelstalige romans. Wellicht is dat een kwestie voor een andere tekst, maar niettemin valt het op. Vooral in het geval van Vlaanderen, waar we zo lang hebben gestreden tegen onze eigen verfranste bourgeoisie en nu de verengelsing z’n gang laten gaan.

‘In schaamte kun je niet wonen’. Nee, zulk een titel gaat me altijd tegen de haren strijken. Maar tegelijk besef ik dat er ruimte moet zijn voor het descriptivisme – het tonen van een taal zoals die gebruikt wordt. En dat ik in die discussie mijn eigen achtergrond moet loslaten. Niet alleen is Nederlands een pluricentrische taal geworden, het is altijd al een taal geweest die uit vele talen bestaat. Standaarden maken is en blijft een nobel doel, maar moet rekening houden met de realiteit. Inderdaad, “met twee woorden spreken” betekent niet langer “beleefd zijn” maar “voorzichtig zijn”, inderdaad, men mag in Vlaanderen “toekomen” gebruiken voor “aankomen” en inderdaad, “het oog van de storm” is zowel letterlijk als figuurlijk het tegendeel gaan betekenen van wat de eigenlijke betekenis is.

Maar ik hoop ook dat ik als redacteur nu en dan nog ‘ns die wesp mag zijn die “marketing strategieën” mag samenvoegen tot “marketingstrategieën”, uitingen als “het meisje die” mag aanpassen naar “het meisje dat” en “in schaamte kun je niet wonen” mag ombuigen naar “in schaamte kan je niet wonen”. Gun me dat. Låt me da gewön dun.  

dinsdag 3 september 2024

We have such sights to show you

Toen ik deze avond mijn keukenvuilnisbakje opende, walmde er een enorm rotte geur uit op en vloog er een horde fruitvliegen uit. En ik dacht: “Ik ga mijn Twitter-account deleten, of hem in een crypte 60 miljoen jaar lang doen slapen zoals de Necron-dynastieën, om terug tevoorschijn te komen als de Grote Hemelse Oorlog voorbij is.”

Grapje, want ik denk er al veel langer over om afscheid te nemen van die account. Hoewel ik ‘m aanmaakte in 2008 ben ik mijn account pas echt serieus beginnen nemen in 2014, dus met een 10-jarig jubileum afscheid nemen is indien niet eindigen in schoonheid, toch eindigen op een rond getal. Ik denk niet dat ik uitvoerig moet verantwoorden waarom ik de account doe inslapen. Sinds Elon Musk van Twitter X maakte is het sociaal medium het uithangbord bij uitstek geworden voor ’s mans diep-trieste midlife-crisis die hem in een neerwaartse spiraal richting openlijk fascisme zuigt. Daarbij sleept hij het hele platform mee in die spiraal.

Twitter is nu volop het stamcafé geworden van over elkaar buitelende neo-nazi’s, wappies, buitenlandse bots, porno-accounts, ranzige opportunisten en WEODENDE boomers en dat gaat enkel nog meer zo worden tot het platform implodeert. Er zijn al erg veel mensen (en bedrijven) weg, en bij sommige blijvers heerst als devies “si tous les dégoutés s’en vont, il ne restera que les dégoutants”, maar daarbij overschatten die mensen schromelijk het belang van Twitter. Twitter is niet de politiek, of het publieke debat, of het dorpsplein. Het is altijd al een tamelijk niche-netwerk geweest waarvan het belang enorm is uitvergroot doordat er veel politici en journalisten aanwezig waren.

Ik ben na Musks overname van Twitter in 2022 nog gebleven tot nu omwille van een aantal vuurtorens in de duistere zee wier gedachten ik graag bleef volgen – mensen die ik van nergens anders kende dan daar. En eerlijk, ook al is het weinig in vergelijking met de grotere accounts, afstand doen van meer dan 1.100 volgers als erg onbekende schrijver doet pijn. De hele reden dat ik steeds actiever werd op Twitter in 2014 was omdat meer mensen bereiken via Facebook niet meer ging. Via Twitter heb ik in het voorbije nieuwe decennium niet alleen volgers vergaard, maar ook twee goede vrienden gemaakt en een hoop kennissen ontmoet die ik anders nooit had leren kennen.

Niet dat het platform ooit een idylle was waarin vrije geesten interessante ideeën deelden, of complexloos met elkaar lol trapten. Het is dan wel nooit de vooraanstaande bühne geweest voor het politieke debat waarvan sommigen dachten dat het die was, het reflecteerde in Vlaanderen absoluut vele Vlaamse sociale en mediatieke ziektebeelden, ook al in 2014: de eindeloze zelfvoldaanheid van middelmatige zielen die zich intellectuelen wanen en daarin door nog grotere idioten toegejuicht worden, de kinderlijk-beate bewondering voor BDW of dezelfde ongrappigheid van flauwe plezante nonkels die zichzelf één stap verwijderd weten van Philippe Geubels, maar in plaats van aan de feestdis, elke dag op Twitter aanwezig.

Dan was er ook nog het fenomeen van het Vlaamse Smurfendorp, waar ik al eerder over sprak. Net als in duidingsprogramma’s op tv bestond er op Twitter maar één onderwijsspecialist, één fitnessinfluencer, één arbeidseconoom, één zielige seksmaniak, één jurist, één zure dichter die minder gekende dichters subtweette als een soort Regina George met grijs haar, één reclamegoeroe, één hustler die altijd mensen geld afhandig wist te maken met zijn zoveelste hobbyproject, één lollige allochtoon, één beursspecialist, en ga zo maar verder. Voor veelvormigheid was er nooit echt plaats.

Maar ik heb al met al meer te danken aan Twitter dan dat ik erover te klagen heb. De mensen die ik volgde en de mensen die mij volgden hebben me heel vaak doen lachen of inzichten aangereikt die ik nergens anders had kunnen vinden of lezen. Het platform heeft me een dieper, persoonlijker begrip gegeven van hoe het is om Belg te zijn met andere roots, gewoon door alledaagse tweets. Sommige bekende mensen zijn er voor mij meer mens door geworden door gewoon mens te zijn, andere bekende mensen hebben zichzelf er dan weer genadeloos in hun blootje gezet door volop hun kleinste kantjes te etaleren en hun weinige macht en invloed te kwader trouw in te zetten. Ik heb verhalen gevolgd over vermiste of veel te vroeg gestorven huisdieren, sociale projecten en experimenten zien opkomen en ondergaan, mensen met gloed over hun hobby’s zien vertellen en de pissigste takes gelezen over Eurovision.

Zoals ze zeggen in ons Vlaanderen: “al wat dat we gehad hebben, kunnen ze ons niet meer afpakken.”

Als je me wil blijven volgen, kan dat op Instagram (https://www.instagram.com/antonmvoloshin/), Facebook (https://www.facebook.com/antvolo) en BlueSky (https://bsky.app/profile/antonvoloshin.bsky.social). Tot daar ergens?