Over 'Onklare taal'

'Onklare taal' is de verzamelnaam van diverse tekstprojecten van mijn hand. Dit is de afdeling opiniestukken daarvan, want God weet dat er daar nog niet genoeg van bestaan. Mocht je je bij het lezen ervan afvragen: "kritiek hebben kan je wel, Anton, maar heb je ook oplossingen?" dan kan je 'De Nieuwe Staat' voor €0 downloaden. De weg een beetje kwijt? Mijn eigenlijke website, die ook 'Onklare taal' heet, verwelkomt je.

zaterdag 23 mei 2020

Rolstoelquota

Quota - een lastige discussie. Tegenstanders, zelfs mensen die het in principe goed menen met iedereen, vinden dat quota voor vrouwen en minderheden in machtsposities geen goed idee zijn omdat ze (1) kunnen leiden tot de indruk dat die mensen louter voor hun genitalia, huidskleur of seksuele oriëntatie ergens zullen geparachuteerd worden of (2) dat ze kunnen leiden tot ressentiment bij groepen die géén extra zetje krijgen.

Ressentiment
 
Het tweede argument is ergens nog te begrijpen en inderdaad is een kritiek die bijvoorbeeld sommige LGBT+-activisten. Zogenaamde 'bi-erasure' is een ding en ook trans-exclusionaire radicale feministen (TERFS) zijn binnen de gemeenschap die strijdt voor seksuele gelijkwaardigheid een groot probleem. Ook hebben gekleurde feministen soms terechte kritiek dat het bepaalde witte feministen enkel te doen is om raden van bestuur, managementfuncties en micro-agressies, terwijl bijvoorbeeld zwarte vrouwen of moslima's evident ook andere ervaringen hebben.

Sommige tegenstanders zijn natuurlijk te kwader trouw en beginnen dan onzinnige argumenten te lanceren als "ja, waarom dan geen nazi als schooldirecteur?" of "laten we een persoon met een verstandelijke beperking minister maken!". Los van de voor de hand liggende grap die je over de tweede opmerking kan maken, spelen kwalificaties nog altijd een rol. Iemand met een IQ van 60 lijkt me niet in staat een intellectueel belastende leidinggevende functie uit te voeren, net zo min als je zou vragen aan een zwaarlijvige man van 65 om in de eerste ploeg van Anderlecht te komen spelen. Het nazi-argument is meer perfide, want je wordt niet als nazi geboren. Je kiest ervoor om er één te zijn.

Token minority report

Terug naar het 'token minority'-argument dan. Dat is nogal raar. Als je gelooft dat panels, bestuursraden, intellectuelen en professoren die vandaag voor ruim 80% mannelijk en wit zijn, daar louter om hun kwalificaties zitten, dan zeg je impliciet dat mannen superieur zijn. Als je dat niet gelooft, dan moet je wel tot de conclusie komen dat mannen als groep bepaalde sociale voordelen genieten, of anders gezegd, dat iedereen die geen (witte, heteroseksuele) man is, af te rekenen heeft met sociale vooroordelen die doorstroming naar belangrijke posities verhindert.

Die vooroordelen zijn vaak onzichtbaar voor wie ze niet wil zien of als normaal beschouwt. Meer nog, ze zitten zo ingebakken in het sociale weefsel dat leden van minder machtige groepen sneller zullen twijfelen aan hun eigen kwalificaties. Er zijn voorbeelden legio van goedbedoelde programmamakers die vrouwen opbelden om in een panel te komen zitten maar dat die vrouwen weigerden omdat ze vonden dat ze niet genoeg expertise bezaten. Terwijl diezelfde panels vollopen met mannen die 0 expertise bezitten over het onderwerp waarover gepraat wordt, zoals kerkjuristen die een boompje komen opzetten over belastingen of wijnboeren die paginabreed in de krant komen om te lullen over armoede.

Harteloos

Vergelijk het hiermee: de laatste decennia is er vaker aandacht voor de toegankelijkheid van de publieke ruimte voor rolstoelgebruikers. Geen weldenkend persoon zou vinden dat "die rolstoelgebruikers maar moeten leren om de trap te gebruiken om naar een bibliotheek te gaan" of dat ze "met rolstoel en al maar op een tram moeten leren springen". Toch is het anti-quota-argument een variant van precies hetzelfde harteloze argument.

Er is uiteraard een verschil. In een maatschappij waar sociale gelijkheid zou bestaan en vooroordelen geen financiële, lichamelijke en psychische gevolgen zouden hebben, zouden quota niet nodig zijn, terwijl rolstoelgebruikers altijd hulpmiddelen nodig zullen hebben om dezelfde toegankelijkheid te krijgen als mensen die zich kunnen voortbewegen zonder die hulp. Maar we leven niet in zo'n maatschappij. Wie dat ontkent is ziende blind of heeft er nog nooit bij stilgestaan.

zaterdag 16 mei 2020

Een historisch trio

Op 15 mei begon sympathieke Twitteraar en blogger JJ Verhels aan een poll om een top 100 van historische figuren te verzamelen, zeg maar een Tijdloze voor geschiedenisnerds. Ik was direct enthousiast over het project en begon na te denken over welke top drie ik zou intsturen, maar ik stuitte direct al op een aantal serieuze problemen omdat de criteria bewust breed werden gehouden. Vandaar deze tekst, deels om mijn eigen redenering uit te schrijven, deels om misschien anderen te kunnen helpen met mijn bescheiden lantaarntje.

De influencers van hun tijd

Wie historisch zegt, zegt invloedrijk. Toch zijn bepaalde belangrijke historische figuren in de annalen van de geschiedenis compleet vergeten, zoals de uitvinder van het wiel of de eerste boer. Bovendien betekent ook nog niet omdat je de eerste met iets was, dat je daarom invloed had. In een alternatief universum had het Griekse antikythera-mechanisme misschien kunnen leiden tot de uitvinding van een primitieve computer, maar dat gebeurde niet omdat de uitvinding niet massaal overgenomen werd. De vikings waren de eerste Europeanen die landden in Amerika, maar hun aanwezigheid daar had geen blijvende gevolgen en ze vergaten het zelfs zelf dat ze er ooit geweest waren.

Het onrecht van de geschiedschrijving

Dat brengt ons naadloos bij het tweede probleem. Geschiedenis wordt niet alleen geschreven door de winnaars, maar de periode waarin iets opgeschreven wordt, is meestal ook een belangrijk richtsnoer. Aangezien bijna alle geletterde beschavingen ter wereld patriarchale samenlevingen waren (en zijn) en geletterdheid duizenden jaren lang het voorrecht was van mensen met tijd (dus rijkdom, of mensen met een rijke mecenas) zijn ontzettend veel vrouwen en gewone mensen simpelweg gewist uit het archief. Wie weet was de uitvinder van het wiel wel een vrouw. We zullen het nooit weten. Dus als je kijkt vanaf het moment dat mensen dingen begonnen opschrijven tot nu, dan ga je bijna automatisch uitkomen op een lijstje van bezitters van een piemel.

Invloed is een neutraal gegeven

In zijn blogtekst geeft JJ Verhels zelf al aan dat "historisch" niet gelijk staat aan "goed". In de 20ste en 21ste eeuw alleen al kan je figuren opsommen als Adolf Hitler, Stalin, Mao en Osama bin Laden die ontegenzeggelijk enorm invloedrijk zijn geweest, maar die je niet bepaald zou vragen om het land te leiden. Je kan ook argumenteren dat historische figuren die we doorgaans door een bril bekijken van spannende verhalen ook in dat lijstje thuishoren, zoals Alexander de Grote, Qin Shi Huang of Columbus.

Hoe meet je invloed?

Alexander de Grote is een goed voorbeeld. Hij creëerde een wereldrijk voor hij 30 was en stierf op zijn 33ste. Zijn rijk stortte snel daarna in elkaar maar de invloed van de Griekse beschaving op het Midden-Oosten bleef nog vele eeuwen doorwerken en Alexanders naam zelf bleef bewaard in de annalen van Rome tot de Indus. Maar moet je dan ook plaats inruimen voor zijn vader, Philippus? Zonder de vader immers niet de zoon. Maar zo kan je blijven doorgaan tot je uitkomt bij de eerste eencellige levensvorm, die noodzakelijkerwijs de grootste doorwerkende invloed heeft gehad van de hele wereld, maar individueel geen bouwwerken heeft nagelaten, wetten heeft opgesteld of uitvindingen heeft gedaan. Het is dus best om ons te beperken tot de acties van het individu zelf en wat er daarna mee gebeurde.

De witte bril

Als laatste aspect is er ook het eigen vooroordeel. Ik woon in België en mijn kijk op de geschiedenis is een westerse kijk. Weliswaar weet ik wellicht meer over de geschiedenis van andere delen van de wereld dan de gemiddelde Belg, maar die kennis is fragmentarisch en anekdotisch in vergelijking met mijn kennis van de westerse geschiedenis, die reikt van de Griekse stadstaten tot nu, zonder al te veel grote lacunes. De invloed inschatten van de Inca's, Musa Musa of Lao Tse vind ik dan ook erg moeilijk omdat mijn kennis over de context van die figuren al met al vrij beperkt is.

De top drie

Dus, met al die beperkingen en caveats in het achterhoofd, zou ik op dit moment deze drie figuren naar voren schuiven:

3. Genghis Khan. Volgens sommige studies stammen 0,5% van alle huidige levende mannen op de wereld af van de Mongoolse khan, of bijna 20 miljoen mannen, meer dan genoeg om een middelgroot land mee op te richten. Zijn dynastie leefde voort als de Yuan-dynastie in keizerlijk China en vormde mee de geschiedenis van Centraal-Azië, Rusland, Perzië en India. Tot op vandaag wordt Genghis Khan niet alleen door historici en militairen bestudeerd, maar zijn uniek politiek organisatietalent en zijn pragmatische, pluralistische aanpak in staatszaken vormen nog altijd een inspiratiebron voor CEO's en ambitieuze leiders. Zijn naam is wereldwijd gekend. Denken we aan een horde steppenruiters, dan denken we aan de khan. Hij leeft verder in popcultuur, van het Eurovisiesongfestival tot de comic Iron Man. Zijn naam is in een aantal talen synoniem voor "koning".
2. Homeros. Misschien heeft Homeros niet eens echt bestaan. We weten het niet. Maar zijn 'Ilias' en 'Odyssee' zijn de oerteksten van de westerse literatuur. Homeros was verplichte kost voor opgeleide Grieken en Romeinen en ook vandaag nog zijn zijn teksten het orgelpunt van de opleiding Grieks-Latijn. 'Homerisch gelach', een 'achillespees', een 'amazone', een 'paard van Troje', 'helmboswuivend', 'elektracomplex', een 'cycloop' - allemaal gaan die uiteindelijk terug op Homeros (ook al komt het paard van Troje bijvoorbeeld niet voor in de 'Ilias'). Alledaagse namen als Helena, Hector, Cassandra, de voetbalploeg Ajax, het meesterwerk 'Ulysses' van James Joyce of de 'Aeneïs' van Vergilius hadden allemaal niet bestaan zonder Homeros.
1. Jezus Christus. Eveneens daar gelaten of hij wel degelijk echt bestaan heeft, kan je er niet omheen: meer dan 30% van de wereldbevolking is (een soort van) christen. Zijn naam is overal ter wereld gekend en de bijbel is sinds de komst van de boekdrukkunst naar Europa steevast een bestseller geweest. Bovendien speelt Jezus zelfs een rol als profeet in die andere grote monotheïstische religie, islam, en heeft zijn leer van naastenliefde, soberheid en rechtvaardigheid miljoenen mensen geïnspireerd doorheen de geschiedenis. Net zo vaak is hem aanroepen de ultieme rechtvaardiging voor allerlei wreedheden, gaande van genocide tot homofobie, en lag hij mee aan de basis van het duistere enthousiasme waarmee westerse mogendheden eerst de Amerika's en later Afrika koloniseerden.

woensdag 25 maart 2020

Zes korte observaties in de eerste fase van de coronacrisis

In 'The Terminator' zegt Kyle Reese over de eponieme killerrobot: "It can't be reasoned with, it can't be bargained with, it doesn't feel pain, and it will not stop - ever - until you are dead." Hij had het ook over een pandemie kunnen hebben. Covid-19 is natuurlijk lang niet dodelijk voor iedereen, maar het is eveneens onverzettelijk en direct nabij. Los tussendoor: 'The Terminator' blijft ook na 36 jaar een geweldige verfilming van wat eigenlijk een gedistilleerde neo-noir-nachtmerrie is waaruit je niet kan ontsnappen.

Covid-19 heeft geen maskers (pun unintended) doen afvallen in de wereld, maar wel een aantal open wonden blootgelegd en eveneens op enkele weken tijd gezorgd voor een aantal inzichten in de mens als socio-politiek beest. Ik zou liegen als ik zou zeggen dat er veel bij zat dat me verraste, maar ik denk dat niet iedereen dit gevoel deelt.

1. Als het nodig is, is er geld

Wat waar was tijdens de krediet- en eurocrisis van 2008-09 is nu nog sterker waar: als landen en grote instituten hun voortbestaan bedreigd zien, dan is er geld en weten zelfs klassieke liberalen plots waar ze dat geld moeten vandaan halen. Ook al is het soms met lange tanden. Ook al zal het gaan om leningen waarvan we de gevolgen nog niet helemaal kunnen inschatten.

Het punt is, broeksriemen aanhalen, systemen ontvetten en efficiëntie-oefeningen zijn duidelijk meer dan ooit zuiver ideologische keuzes die zich achter een vijgenblad van ratio schuil houden.

2. De meeste mensen zitten niet te wachten op de kans om loos te gaan

Of, zoals de Nederlandse sterjournalist Rutger Bregman treffend zegt: "De meeste mensen deugen." Het is een oeroude conservatieve angst die teruggaat op de filosoof Thomas Hobbes (1588-1679) dat de mens, aan zichzelf overgelaten, terugvalt in een toestand van bandeloze anarchie, maar dat blijkt alleszins niet uit deze pandemie.

Ja, er zijn hamsteraars, asocialen, egoïsten en idioten, maar die blijken - een overigens streng bestrafte - minderheid. De meeste mensen denken aan het grotere goed en blijven thuis, nemen gezondheidsmaatregelen in acht en zitten in met het lot van hun medeburger. Dit geldt van België tot China.

3. De eis van zorgpersoneel voor betere werkomstandigheden is terecht

We zien het nu allemaal met onze eigen ogen: de mensen die hele maatschappijen recht houden in deze tijden zijn verplegers, kassamedewerkers, journalisten, vuilnisophalers en politiemensen. Zeker niet de miljardairs, immobiliënkoningen of grootaandeelhouders.

Mensen die op de huid gezeten worden door huisbazen die medelijden proberen op te wekken dat die ook aan hun inkomsten moeten komen, krijgen nu zelfs "waarom zoek je dan geen tweede job bij McDonald's of zo?" te horen. Dat toont onmiddellijk ook hoe hardvochtig veel mensen van de geldelite denken over minder gefortuneerden, maar nooit over zichzelf.

4. Extreemrechts valt (alweer) los door de mand

De gebruikelijke schrille krijsers hoor je ofwel niet meer, ofwel proberen ze op absurde manieren de coronacrisis te linken aan hun geliefkoosde thema's als racisme en machismo. Donald Trump en Jair Bolsonaro zitten nu met een tegenstander die ze niet kunnen kapotmaken met dreigementen, Boris Johnson kan zich niet uit Covid-19 lullen.

Dichter bij huis loopt Bart De Wever tegen elke hark op zijn weg, ondanks het feit dat zijn weg in de tv-studio's nog altijd wagenwijd openstaat naar de finish zonder noemenswaardige tegenstand. Theo en Dries ogen als tere verliezers wier favoriete speeltje afgepakt is. De uitvluchtenpolitiek heeft misschien eindelijk een grens bereikt.

5. Gezondheidszorg is een universeel mensenrecht

Dat landen met een krakkemikkige of slecht georganiseerde gezondheidszorg het grootste risico lopen in de coronacrisis, ligt voor de hand. Maar dat landen die technisch gezien tot de rijkste van de wereld behoren, zoals de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk, Italië en Nederland er zo'n potje van gemaakt hebben, is (deels) het gevolg van jarenlang zagen aan de poten van wat eigenlijk een mensenrecht hoort te zijn.

Zieke mensen horen niet thuis in wachtrijen of op wachtlijsten, en ze horen al helemaal geen peperdure rekeningen op te hoesten (opnieuw, pun unintended) voor ingrepen of zorg die via een universele gezondheidszorg zouden kunnen gedragen worden. Op dat vlak hebben we in België - eerlijk is eerlijk - nog relatief veel geluk.

6. Optimisme is misschien voorbarig

Een crisis als deze gaat niet noodzakelijk dingen op lange termijn in een goeie richting duwen. Ook tegenkrachten als bijvoorbeeld Viktor Orbàn maken zich op om de crisis aan te grijpen om nog meer macht naar zich toe te trekken, en als de eurocrisis ons iets leerde, was het dat als de grote veroorzakers van het probleem zich gered wisten, ze terug wilden verderdoen als vanouds.

Vooralsnog kunnen pessimisten bovendien over de menselijke aard zeggen: "dit zijn nog maar pas de eerste weken." Ook dat klopt. Wie weet zien we in april de eerste uitgebrande bestelwagens en motorbendes opduiken en mensen met kettingzagen en shotguns in de plaats van handen.

maandag 16 december 2019

Bitter op Twitter

Zoals elk sociaal netwerk is Twitter controversieel, maar niet zoals elk sociaal netwerk is de invloed van Twitter op de traditionele media veel groter in verhouding tot zijn gebruikersaantallen, puur omdat de gevestigde media én politici beide nichepublieken zijn die het sociale netwerk omarmd hebben.

Ik heb zelf al 10 jaar een account maar ik pas echt actief geworden rond 2014. Voordien was het voor mij een doorgeefluik voor mijn teksten waar ik geen moeite voor moest doen (posten gebeurde automatisch vanuit Facebook), maar dat jaar steeg mijn aantal volgers op Twitter voor het eerst boven het aantal op Facebook, en de volgers op Twitter waren daarbij nog eens mensen die ik veelal niet kende.

Vandaag heeft mijn Facebook-pagina ongeveer 75% minder volgers dan mijn Twitter-account. Ik heb er dan ook het één en ander aan te danken. Twitter is niet per se dat brandend circus vol maniakken, egotrippers en fascisten waar sommige mensen het soms voor verslijten.

En toch

En toch. Elke observatie hier is anekdotisch dus laat het strooizout maar al aanrukken, maar de voorbije twee jaar heb ik toch zo'n twee dozijn prominente Vlaamse of Nederlandse posters zien verdwijnen, ofwel met stille trom, ofwel op voorhand aangekondigd.

De laatste maanden heb ik zelf ook gemerkt dat mijn ergernis met het medium hand over hand toeneemt. Om te zien of ik met mijn ergernissen alleen stond, ging ten rade bij m'n volgers op Twitter (want waar anders!). Inderdaad zijn er dingen die mij storen die ook anderen storen en die vielen min of meer in de categorieën waar ik ze verwacht had. Aan de andere kant ben ik ook ergernissen te weten gekomen waarvan ik niet wist dat die bestonden, simpelweg omdat mijn ervaring op het medium bijvoorbeeld niet ingebouwd komt met een dosis virulent seksisme.

Het volgende stukje mag je overslaan als je direct door wil gaan naar de ergernissen met andere gebruikers en suggesties over wat we beter kunnen doen.

Ergernissen met het platform zelf

Eerst en vooral moet ik het hebben over de beperkingen van het platform zelf. Twitter lijdt aan een gelijkaardige kwaal als Facebook, namelijk dat het halsstarrig weigert om features toe te voegen waar gebruikers om vragen en zich vooral lijkt toe te spitsen op features waarmee het geld kan verdienen of waarvan het dénkt dat mensen die willen. De enige reden dat veel gebruikers nergens anders heen gaan is omdat er voorlopig geen beter alternatief bestaat.

Volgsuggesties zitten er vaak compleet naast

Mensen beslissen zelf graag wie ze volgen en hebben geen nood aan extra suggesties boven een bepaald aantal mensen of accounts die ze al volgen. Dit zou een opt-infunctie moeten zijn, geen standaard feature. Bovendien zijn sommige suggesties volledig misplaatst en ergerlijk. Het is niet omdat een controversieel persoon veel interageert met mensen die je volgt, dat jij daarom mee wil gezogen worden in die controverses.

Je ziet dikwijls dezelfde 30 mensen circuleren

Ik volg een dikke 500 accounts. Niet elk daarvan is even actief. Toch kan ik me niet van de indruk ontdoen dat ik telkens dezelfde 30 mensen voorgeschoteld krijg en ik weet niet eens waarom. Is het omdat die allemaal met elkaar interageren en toevallig in mijn 'netwerk' zitten? In elk geval, dit is niet noodzakelijk hoe online sociale groepen moeten of zouden werken en versterkt enkel maar een burcht- en bubbelmentaliteit. Of, in mijn geval, ergernis met een overdosis Piet, Pier en Pol.

Je tijdlijn loopt volgens een algoritme, niet tijd

Ja, je kan manueel instellen dat je de meest recente tweets ziet. Maar je moet dat telkens opnieuw doen, het is geen standaardfunctie. Daardoor kan het dat, als je vaak incheckt, urenlang dezelfde tweets van dezelfde mensen bovenaan blijven staan, net als op Facebook, waar het ook al geen populaire functie is.

Voor sommige ergernissen met het platform zelf bestaan er oplossingen. Dit laat je toe om al een pak van de hierboven vermelde issues te vermijden.

Image

Jammer dat dit geen standaardfunctionaliteit is.


Ergernissen met andere gebruikers

De negeer- en mutefuncties zijn uitgevonden door God zelf. Zelfs Onze Lieve Heer zou ze gebruikt hebben als hij constant online zou gepingd worden door farizeeërs van allerlei slag. Je bent écht niet verplicht om digitaal telkens op die gezwollen-slappe smoel van Donald Trump te kijken, of de zoveelste racistische vuilspuiterij van een Vlaams Belanger te lezen.

En ja, soms jeukt het. Soms is het zo verleidelijk om erop te reageren en ik heb het ook al dikwijls gedaan. Je kan ook argumenteren dat het een digitale burgerplicht is om desinformatie en haat tegen te gaan, maar is dat de heuvel waarop je wil sterven? Elke seconde die je verspilt aan een vruchteloze discussie aangaan met een anonieme engerd is er één die je niet hebt besteed aan een constructief alternatief.

De wolf komt soms met een selfiestick

Sommige zeer menselijke ergernissen komen domweg voort uit al even menselijke gebreken die het internet enkel uitvergroot. Hieronder volgt vrijblijvend advies over mensen die je gerust mag ontvolgen, negeren of muten:
  • Mensen die nooit in dialoog gaan. Die gebruiken hun sociale media enkel als een reclamebord, en daar zie je er al genoeg van op straat, op internet en op tv. Het is al erg genoeg dat sommige mensen zich onaantastbaar wanen, die waan doorvoeren op sociale media is net zo welkom in mijn leven als een rotte houtsplinter in mijn anus.
  • Monomanen. Gebruikers die enkel maar over één ding iets te zeggen hebben en dat dan ook constant doen. Ik hou van treinen hou jij ook van treinen kijk treinen alle treintjes hier nog treinen bekijk alsjeblieft mijn treinen wat zeg je treinen ja ja treinen! Enfin, als alles wat je hebt een spoorwissel is, ziet alles er al snel als een trein uit.
  • Narcisten. Ik heb lang gedacht dat “narcisme” zo’n typische boomer-beschuldiging was aan het adres van mensen met zelfvertrouwen, maar er is wel degelijk een verschil. Als elke post een selfie is of een thirst trap, heb ik niet te indruk dat die persoon veel geeft om sociale interactie maar vooral likes zit na te jagen.
  • Mensen die altijd boos of negatief zijn. Woede kan een verslaving zijn en sommige mensen lijken erop uit om iets te willen vinden waar ze boos over kunnen zijn. Dit geldt dubbel voor mensen waar je het eigenlijk eens mee bent – je wil die misschien wel sympathiek vinden omwille daarvan, maar je bent er zeker niet toe verplicht.
  • Banale veelposters. Het mag al eens over de soep en de patatten gaan en niet iedereen moet Foucault lezen, wat mij betreft. Maar over elk detail van je dag uitentreuren kond geven, is gewoon ordinaire vervuiling. Er is al zo veel banaliteit in de wereld, ik zit niet te wachten op nog een gestage massaproductie ervan op mijn TL.
  • Citeer-reageerders. Ja, ik heb het ook al eens gedaan. Maar voor deze lui is je tweet citeren met commentaar erbij een sport van het genre “haha volgers kijk hier eens wat een debiel”. Het is behalve onfair ook intimiderend, zeker als die persoon beschikt over een hele schare volgers die gelijkgezind zijn en plots bloed geroken hebben.
  • Rondjesrukkers. Mensen die alleen maar met telkens dezelfde mensen omgaan. Je zal er weinig van leren behalve dat kliekjes ook online bestaan en je voelt je dan toch enkel maar uitgesloten (al is de kans, pak ‘m vast, niet uitgesloten dat het je eigen schuld is omdat je tweets stinken naar de piemelkaas van Jean-Marie Dedecker).
  • Concern trolls en neggers. Onder het voorwendsel je te steunen of enkel “constructieve kritiek” te willen geven of “vragen stellen” is het al vrij snel duidelijk dat deze figuren er enkel op uit zijn ergens iemand een hakje te zetten of om zand in de machine te gooien. Verspil je tijd niet met dergelijke beunhazen. Gerelateerd: beledigingen verpakt als compliment.
  • De etiquettepolitie. Beleefdheid is wenselijk in deze tijden en het is een schone deugd. Maar als er gemiept wordt over de vorm om het niet over de inhoud te moeten hebben, dan zit je met een smeerpijp of een gluipkop die zichzelf gewoon graag verheven voelt boven de massa op basis van “netjes zijn” en dies meer. Ook bekend als ‘smarm’.
Ben ik nog categorieën vergeten? Vast. Zijn sommige mensen meerdere negatieve profielen in één persoon. Helaas, ja. Ik kan alleszins zeggen dat ik me beter ben beginnen voelen in mijn sociale media-fuikjes door iets rigoureuzer te gaan selecteren in wie ik tijd en aandacht wil geven.

vrijdag 22 november 2019

Batavus Droogstoppel in Vlaanderen

Batavus Droogstoppel, wiens achternaam later een naamwoord werd voor een ellendige saaierd, was een personage in 'Max Havelaar' van de Nederlandse schrijver Multatuli. Droogstoppel was een karikatuur van de Nederlandse kleinburger die enkel geïnteresseerd was in geld en orde. In 2019 zou Multatuli hem niet bijeen moeten fantaseren hebben. Hij kon gewoon een soort vreugdeloze Vitruviaanse man maken als doorsnede van de gemiddelde Vlaams-nationalist.

Sommige progressieve scherpslijpers gebruiken graag de term “domrechts”. Toch geloof ik niet dat de gemiddelde rechtse medemens per se dommer is dan de rest, wel dat er zich in hun middens veel lui schuilhouden voor wie verfijning een scheldwoord is en platvloersheid een geuzeneigenschap. Vaak ook mannen met een groot ego en een mening over alles, ook al zijn ze in niets expert ter zake. En wie neemt het hen kwalijk? Onze politieke cenakels, politieke praatprogramma’s en krantenkolommen lopen ervan vol, van die allesweters.

Overigens is de ware domheid niet het gebrek aan kennis, maar gebrek aan inzicht in welke kennis er ontbreekt. Een slagersknecht die eerlijk zegt dat hij niet goed weet wat te denken van de milieuproblematiek, daar kan je iets mee. Een gepensioneerde gouvernante die stellig weet dat “het allemaal aan de migranten” ligt en geen tegenspraak duldt, dat is een probleem. Die stugge, zure onverzettelijkheid loont vroeg of laat. Ook Max Havelaars geestelijke vader, Multatuli, stierf berooid en eenzaam, terwijl de spirituele nazaten van Droogstoppel minister-presidenten leveren in Vlaanderen en Nederland.

Nationalisten kunnen soms boos worden over de karikatuur die van hen gemaakt wordt, alsof ze enkel zouden staan voor Vlaamse appeltaart en FC De Kampioenen, maar ze zijn intussen zelf voorbij hun eigen karikatuur geschoten. Een zelfzekere Vlaming wil per definitie niets te maken hebben met boertigheid van Liesbeth Homans of Zuhal “ballekes in tomatensaus” Demir. Overigens is voor veel van die nationalisten de Vlaamse vlag enkel maar een cape waaronder ze hun kracht van vernedering schuilhouden.

Tijdens de verkiezingscampagne van 2019 vroeg men Vlaams Belang-voorzitter Tom Van Grieken de voor de hand liggende vraag: “wie is dat nu, de Vlaming?” Van Grieken antwoordde gevat dat hij daar niet over ging beslissen en dat iedereen die zich verbonden voelt met en in Vlaanderen en onze manier van leven, zich Vlaming kan voelen. Als hij dat echt meende, had hij misschien beter eens wat meer intern onderzoek gedaan naar de Blut-und-Boden-figuren en neo-nazi’s à la Dries Van Langenhove die zo dicht bij hem stonden.

Maar wie is die zo geroemde "Vlaming" waar Vlaams Belangers en veel N-VA'ers zo de mond vol over hebben? Alleszins is die Vlaming geen vakbondsmilitant, geen artiest, geen moslim (tenzij één die zich heel gedeisd houdt en constant kritiek geeft op de islam), geen journalist, geen academicus, geen wetenschapper, geen werkloze, geen vluchteling, geen milieuactivist, geen lid van een NGO, geen arme, geen VRT-medewerker, geen rechter, geen Gentenaar en geen Brusselaar, en de lijst gaat zo maar door. Ben je één van die dingen? Pech, dan moet je maar kunnen bewijzen dat je toch bij de goeie hoort.

Faut le faire, eigenlijk: de verkiezingen verliezen en een nieuwe Vlaamse regering vormen die nog radicaler en brutaler doorgaat met een afrekeningsbeleid met al van wie ze vermoedt dat die haar onwelvallig is. Intussen heeft het Vlaams Belang-N-VA-rechts-industrieel complex de stapels leugens, hoaxes, platvloerse toogpraat en wanbeleid al zo hoog opgetast dat de waarheid zelf ook onwelvallig geworden is. Brave Hendriken die blijven hameren op “verbinding” en tegen “polarisatie” zijn, voeden enkel dat vuur. Hard rechts wil niet luisteren, niet verbinden en blijft het politieke spectrum onvermoeibaar naar extreemrechts toe duwen, tot je in een situatie zit waar de centristische positie er één wordt van Walter “ontvolking” De Donder.

dinsdag 20 augustus 2019

Zes slinkse tips voor wanneer het link wordt voor linkse medemensen

Het open riool van rechts is de laatste maanden weer een beetje breder geworden en de walmen die er uit opstijgen zijn onwelriekender dan ooit. Links, en zeker linkse Vlamingen, lijken vaak de wanhoop nabij, zo ze al geen last hebben gekregen van een acute identiteitscrisis. Iedereen gaat er op verschillende manieren mee om, en ik heb dan misschien niet de waarheid in pacht, er zijn een aantal dingen die volgens mij kunnen helpen.

1. Ga niet in debat met fascisten en hun wegbereiders

Dit kan niet genoeg herhaald worden: (online) extreemrechts is niét geïnteresseerd in een debat of een uitwisseling van standpunten of ideeën, omdat al hun standpunten gebaseerd zijn op een amalgaam van kletskoek, samenzweringstheorieën en veralgemeningen zo breed dat je er een vijfvaksbaan kan door aanleggen en nog ruimte zal hebben voor een mooi recreatiedomein.

Deze zeer zwakke basis in feiten zorgt ervoor dat de emotie het belangrijkste is, die alle redelijkheid moet omver blazen. Wie brult over "cultuurmarxisme" of aan de lopende band hoaxes verspreidt is enkel geïnteresseerd in propagandistische vuilspuiterij. Blokkeer en negeer deze mensen met gulle hand. Het is niet jouw taak om die terug te leiden naar de rede. Dit zijn immers volwassen mensen die zelf hebben gekozen om stront te eten.

2. Beleefdheid heeft grenzen

Of, een andere variant op "is het ok om nazi's te slaan"? Direct zelf in de aanval gaan is natuurlijk precies wat neo-nazi's willen. Telkens als er ergens een salafist zich in het Westen opblaast, komt er een nazi klaar in zijn tighty whiteys. Maar er bestaat ook zoiets als legitieme zelfverdediging tegen verbaal, psychisch, online en fysiek geweld. Geen traan zou dit gelaat getooid hebben als één van de pisgooiers op Pukkelpop jl. zelf met z'n hoofd in een Dixi-wc was gestopt.

Een boze, bange oude man nabrullen is misschien wat flauw en zielig. Maar verkozen politici of mensen met macht die hun positie misbruiken om racisme te versterken (en nog wel op kosten van de maatschappij): geen genade. Dries is een neonazi met het IQ van een frietketel, Homans is vleesgeworden boertige toogpraat, De Wever is een hysterische lafaard.

3. Als je dan toch de kaart trekt van de spot, wees een beetje creatief

Infantiele bijnamen verzinnen voor BV's en politici kan iedereen. En meeste van die bijnamen zijn van een ontzagwekkend laag niveau, ook als ze vanuit links komen. Sommige mensen gooien op die manier hun ruiten in nog voor er iets gebeurd is. Je moet kunnen code-switchen en niet iedereen is creatief genoeg om lollige dingen te verzinnen. Dus rot op met je Theopampus.

Nog vervelender zijn beledigingen of bijnamen die (exclusief) inzetten op gender of origine. Dan ben je niet veel beter dan de hijgerige honden die vooral vrouwen uitschelden of het gemunt hebben op mensen met een kleurtje.

4. Op de verkeerde tegenstander focussen levert niets op

Niet elke persoon die zich niet direct bekent tot, ik zeg maar wat, vakbonden of feminisme, is daarom per se een cryptofascist. Met gedurige zwetsers die instinctief een inhoudsloos midden opzoeken heb ik ook niets, maar het loont om mensen het voordeel van de twijfel te gunnen. Van een modicum aan begrip en goede wil is er nog niemand doodgegaan.

Ik ben er van overtuigd dat een overweldigende meerderheid van de bevolking nog altijd oren heeft naar redelijke argumenten en zich niet direct laat opjutten door leugens. Ten andere sijpelt de extreemrechtse drek al 25 jaar naar binnen door alle kieren van de maatschappij, en dat laat zelfs bij goedmenende mensen zijn sporen na.

5. Maak eens een wandelingetje, doe iets leuks

De hele tijd boos zijn is slecht voor je hart, je bloeddruk en je maag. Het is ok om af en toe alles de rug toe te keren (als je die luxe hebt). Jezelf een burnout schreeuwen tegen wat soms lijkt op een tsunami aan gore haat helpt niemand, en in het minste jezelf niet.

Het is niet egoïstisch om af en toe eens alles uit te zetten, een cocktail te drinken of om eens in het park te zitten met een boek dat je enkel leest voor je ontspanning. Je bent ook maar een mens en geen twitterbot.

6. Kies je gevechten in het echte leven

Ik zou ze geen eten willen geven, al die geharde, dappere commando's van het 28ste Toetsenbordbataljon. Maar soms kan het veel meer lonen van in het echt het gesprek aan te gaan (niet: zitten roepen tegen iemand), niet om treiterig te scoren op de kap van eventuele simpele zielen die denken dat ze straks onderdak moeten bieden aan 50 hitsige vluchteling-verkrachter duojobbers. Tegenover iemand van vlees en bloed blijkt de eens zo taaie haatkorst toch soms poreuzer dan gedacht.

Daarbij is het dan ook belangrijk om consistent te blijven en de feiten te kennen. Ook: tenzij iemand echt door het dak begint te gaan, helpt het om beleefd te blijven (als je je innerlijke comedian wil loslaten, zorg je er wel maar beter voor dat je grappig bent). Misschien dat je je gesprekspartner niet zal overtuigen, maar wel andere mensen die meeluisteren.

zondag 30 juni 2019

Met je “zesjescultuur”


Het onderwijs in Vlaanderen boert achteruit. Lang was deze stelling het domein van mopperkonten en cultuurpessimisten die in elke nieuwe trend een ruiter van de apocalyps menen te herkennen, maar de laatste jaren kan je niet meer om de bewijzen heen. Vooral de talenkennis deemstert zienderogen weg. Iedereen lijkt direct de schuldige gevonden te hebben: het is de politiek, het zijn gedemotiveerde en minder competente leerkrachten, het is de instroom van jongeren met een migratie-achtergrond of het is de zogenaamde “zesjescultuur”.

Het is bepaald ironisch dat Wouter Duyck, de bedenker of toch alleszins de vurige bepleiter van dit fenomeen als een groot probleem, in zijn interviews en opinies zelf dikwijls de diepgang tentoonspreidt van een potje borrelnootjes. Die man is ook nog niet gestorven aan een originele gedachte. Jongeren belasteren is een populaire bezigheid van oudere witte mannen, terwijl, als jongeren iets mispeuteren, moet dat toch ten dele op het conto van de mensen te schrijven zijn die hen opgevoed hebben? 

En hier is een ander idee in verband met die “zesjescultuur”: misschien zijn veel jongeren inderdaad niet gemotiveerd om academisch uit te blinken als ze zien dat we in een wereld leven waar competentie en hard werk vaak niet naar waarde geschat worden. Dat begint bij de hoogste niveaus van de macht in dit land, waar manifeste incompetentie en corruptie niet afgestraft worden en het misprijzen voor al wie zich daartegen wil verzetten zo tastbaar is als de klamme handjes van Pol Vandendriessche op een zwoele voorzomerdag.

De grootste voorspellende factor om te weten of je later rijk zal zijn, is of je ouders dat ook waren. Waarom zou je nog willen excelleren als je weer één of andere nitwit ziet geparachuteerd worden in een mooie bullshitfunctie met een riant loon puur omdat één van zijn of haar ouders de firma bezit? En waarom zou je als student je best willen doen voor talen, die in de door STEM-richtingen geobsedeerde politiek en maatschappij beschouwd worden als een vuilnisbakrichting voor wie niet het talent heeft voor wiskunde en wetenschappen? Dat een zwakkere prestatie in talen later ook slechtere leraars oplevert, lijkt me dan ook evident.

Overigens is Vlaanderen daarmee hard bezig zijn competitief kennisvoordeel aan het kapotmaken. Wiskunde is overal hetzelfde: een ingenieur uit Roemenië kan grosso modo dezelfde dingen als een ingenieur uit België. Taal- en cultuurkennis daarentegen komt door onderdompeling in het andere, iets waar de Vlaming historisch erg sterk in was en waar Vlaanderen geografisch heel gunstig voor gelegen was, op het kruispunt tussen wereldrijken. Dat maakte ons gegeerde diplomaten, onderhandelaars en internationale managers. Echte innovatie vloeit ten dele voort uit creativiteit, en creativiteit stimuleer je door leerlingen andere perspectieven, levenswijzen en kennistradities bij te brengen.

En welke idealist wil nog leraar worden? Je moet jaren worstelen en ploeteren om een vaste school te vinden en in deze van neoliberale “klant is keizer”-doordesemde maatschappij krijg je af te rekenen met boze ouders, een pak eigen administratie (want besparingen zijn de moderne bloedzuigerbehandelingen, waarbij een averechts effect betekent dat je nog meer bloedzuigers moet gebruiken) en een reflectie van een superdiverse maatschappij waar Vlaanderen ook al geen goede antwoorden op weet te geven. Weinig beroepsklassen zijn overigens ook zo vaak het mikpunt van onterechte afgunst.

Misschien dat onze neuzelende witte mannen zelf maar eens het goede voorbeeld moeten geven. Maar daarvoor missen ze vooralsnog kans na kans na kans. Integendeel, ik kan me voorstellen dat na elke verbale lading diarree die de Franckens van deze wereld weer eens in het rond sproeien als een aalton op een akker, er weer ergens een jongere denkt “fuck dees, als zo’n pipo ongestraft de hele dag de lul mag uithangen en er een potje van kan maken, wat zit ik hier mijn kloten af te draaien?”.