Over 'Onklare taal'

'Onklare taal' is de verzamelnaam van diverse tekstprojecten van mijn hand. Dit is de opinie-sectie. Zoals de titel aangeeft, wordt er vaak in gemopperd over de huidige stand der letteren, of wordt er ongevraagd advies verstrekt dat je normaal associeert met humeurige oude mannen. Er komen ook onderwerpen aan bod uit de actualiteit.

De weg een beetje kwijt? Deze link brengt je terug naar de homepage van 'Onklare taal'. Hier vind je dan weer een netjes overzicht van opiniestukken die verschenen zijn in o.a. Knack, De Wereld Morgen, De Redactie, Apache en Joop.nl.

dinsdag 29 maart 2016

Zoek de molsim



Een week geleden werd België uit zijn hengsels gelicht. Enkele dagen voordien had premier Charles Michel nog als een levensgrote erectie trots de arrestatie van Salah Abdeslam aangekondigd. In Amerikaanse politieke termen noemen ze zoiets “snatching defeat from the jaws of victory”. De dagen nadien zei of schreef ik niet zo veel, terwijl de stortvloed van emoties en opinies zich over het land uitstortte. Er waren veel aangrijpende getuigenissen en optochten van moedige mensen die zich niet wilden laten kisten door fanatici van gelijk welke orde. En uit alle kieren en spleten kwamen ook de voorspelbare racisten die hun tijd weer gekomen achtten om hun gif te spuien. Vrijetijdsjihadi Geert Wilders nam zich voor om de islam te vernietigen en het cynische gedoogracisme van de grootste Vlaamse partij kwam weer rondjes rijden op een eenwieler nadat neo-nazi’s hitlergroeten brachten op het Beursplein. Franstaligen beschuldigen Vlamingen, Brussel wijst overal met de vinger behalve naar zichzelf, en twee ministers dienden nepontslag in.

De gedachte die ik daar bij heb, zoals ik al zo vaak heb gedacht, de laatste maanden: “Denken die mensen echt dat wij zo dom zijn dat we dat armtierige theater niet door hebben?” Dat, hoe veel spin je ook geeft aan uitspraken en beleidsdaden, we heel goed kunnen zien dat niemand echt vindt dat hij of zij verantwoording hoeft af te leggen? Het weinig verheffende antwoord is: “Ja, ze denken dat echt, want ze komen er nog mee weg ook.” Voor de stoep van het huis van een familie uit Bolivië had één of andere minkukel in krijt “Rot op molsims” gekladderd. Haat en domheid zijn altijd prima wapenbroeders geweest. Luister, ik heb het ook niet zo voor snobs die smalend doen over mensen die niet alle regels van de retorica en de spelling beheersen, maar zulk een agressieve onwetendheid maakt me bang.

Haters zoeken altijd een excuus voor hun haat. De Abdeslams van deze wereld hebben ruime keus uit allerlei grieven: despoten in de Arabische wereld, militant zionisme, Westers interventionisme, lokaal racisme of simpelweg het wegzakken van kansarme Maghrebijnen in Brussel in criminaliteit en nihilisme. Maar eerst, voordat ze zichzelf hullen in religieus vernis, gaat er vaak een carrière aan vooraf in de misdaad en het geweld. Iemand bij wie empathie en verfijning al op een laag pitje staan en die zich laaft aan de emotionele rush van de destructie, zal in IS en consoorten het gedroomde excuus vinden om te moorden. Zo kunnen terroristen zichzelf blijven zien als de good guys en passeren ze twee keer langs start om €400 te vangen: één keer wordt de innerlijke demon bevredigd van zijn diep gekrenkte, masculiene fantasiebeeld, de tweede keer dat het allemaal voor de goede zaak is.

Een omgekeerd proces vindt momenteel plaats in de Verenigde Staten. Het partij-apparaat van de Republikeinen, die al 40 jaar op diverse wijze alles wat rechts, religieus en reactionair is mobiliseren met een uitgekiende retoriek die voorzichtig om de hete haatbrij heen trippelt, merkt in Donald Trump plots dat die kiezers dat spel niet meer meespelen. Het was die groep nooit te doen om fiscaal conservatisme of zelfs maar om religie. In Trump, een vulgaire vrouwenhater met de intellectuele klasse van een gesjeesde verkoper van tweedehandsauto’s, hebben ze hun ultieme avatar gevonden. Ook in Europa hebben we onze vaste reclamemakers voor de haat, zoals de eerder vernoemde Wilders, of Le Pen, of Orban, of andere gezellige lui die mensen inspireren om brandbommen te gooien naar azielzoekerscentra, progressieve politici fysiek aan te vallen of gemaskerd pogroms te houden in de straten van Europese steden.

Haat, hoe moeilijk dat gevoel ook is voor mij om te begrijpen in zijn totaliteit (ik heb misschien wel een paar lijken in de kast, zoals iedereen, maar haat is er niet één van), ontstaat niet zomaar. Ahmed uit Anderlecht is niet geboren met het plan om in Syrië homo’s te pletter te gooien of blind te gehoorzamen aan salafistische predikers. Gaston uit Lommel is ook niet ter wereld gekomen met een automatische tunnelvisie om iedereen die bruiner is dan een papieren zak, te zien als een soort Untermensch die geen plaats heeft in onze maatschappij. De discussies over ideologie zijn een achterhoedegevecht, het ruimen van puin nadat de wagen al perte totale is.

Hoe bizar het ook klinkt, het probleem van kweekvijvers voor moslimterreur in eigen land lijkt me makkelijker op te lossen dan voorkomen dat mensen beïnvloed raken door de haatzaaierij van het inheemse extreemrechts. Geen enkele maatschappij zal aberraties volledig kunnen voorkomen, maar het zou op zijn minst een begin zijn als we helder kunnen kijken naar hoe een hater zijn eerste stappen zet en dat we daar kunnen corrigeren. Als Gaston uit Lommel niet heelder dagen overspoeld werd met sensationele beelden van agressieve, boze Arabieren, criminelen als Ahmed uit Anderlecht, en het constante “begrip” dat toppolitici uitdrukken voor zijn angst en woede, zou hij misschien niet gedacht hebben dat de Mol een Boliviaan was. Als Ahmed uit Anderlecht niet toegespuwd werd op straat door Gaston uit Lommel, criminaliteit niet cool vond omdat er goede jobs waren en geen salafisten tegenkwam omdat ze hier geen financiering kregen, dan zou hij misschien geen spijkerbom gemaakt hebben.

Het ultieme recept om haat te bestrijden bestaat niet. Maar de laatste weken, maanden en jaren heb ik veel te vaak hetzelfde mogen zien: meer haat, meer nietszeggende verontwaardiging, zalvende oproepen tot pacifisme, en beleid dat bestaat uit een karig hoopje borstgeklop en geknoei. Het is tijd dat er eens van échte verandering werk wordt gemaakt.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten